159. Dis, quand, reviendras-tu ? (1962) - Barbara

Barbara was de artiestennaam van Monique Andrée Serf, (Parijs, 9 juni 1930 - Neuilly-sur-Seine, 24 november 1997). Omdat ze van Joodse afkomst was, moest Barbara tijdens de bezetting van Frankrijk door de nazi's in de Tweede Wereldoorlog met haar familie onderduiken. In het boek Il était un piano noir vertelt ze hierover. Na de oorlog hoorde een buurvrouw die muzieklerares was, haar zingen en zette zich in om er voor te zorgen dat zij haar zangtalent kon ontwikkelen.

 Door haar lengte, zwarte kleren, gitzwarte haren en bleek gezicht had ze een spookachtige verschijning die de melancholie van de teleurgestelde liefde weergaf. Haar carrière ontwikkelde zich echter langzaam en het was moeilijk om rond te komen. Pas in 1961 werd ze beroemd door optredens in de muziektempel van Bobino bij Montparnasse in Parijs. Ze wist de aandacht te trekken en haar publiek vast te houden met nieuw repertoire. Vanaf dat moment was haar naam gevestigd en in 1964 tekende ze een contract met de platenmaatschappij Philips Records. Tijdens het componeren werd ze geïnspireerd door componisten als Mireille en Charles Trenet, de twee grootste vedettes van haar tijd. Haar capaciteit haar eigen liedjes te schrijven versterkte haar imago. De lyrische poëtische teksten, haar dramatiek en diepgang van de emotie in haar stem verzekerden haar van een publiek dat haar dertig jaar volgde. De liedjes uit deze tijd zijn Ma plus belle histoire d'amour c'est vous, L'aigle noir, Nantes (in het Nederlands gezongen door 't Crejateef Complot met als titel Brugge), La solitude en Une petite cantate.

X62%20Barbara

 In de jaren zeventig bleef ze ook muzikaal actief. Ze verscheen in een televisieoptreden met Johnny Hallyday en ging op tournee in Japan, Canada, België, Israël, Nederland en Zwitserland. In de jaren tachtig verscheen haar album Seule dat een van de best verkochte platen in 1981 was. Aan het einde van de jaren tachtig werd Barbara actief in de fondsenwerving voor de behandeling van aids. In 1988 werd zij benoemd in het Legioen van Eer, een hoge Franse onderscheiding.

Ze is overleden aan ademhalingsproblemen op 24 november 1997. Haar stoffelijk overschot ligt op het Cimetière parisien de Bagneux. In 1998 heeft de gemeente Saint-Marcellin waar het gezin met Barbara in de Tweede Wereldoorlog was ondergedoken besloten om een plein naar haar te vernoemen; ook organiseert men er verschillende activiteiten rondom haar.  

MUZIEKNOOTDis, quand, reviendras-tu ? (gecomponeerd voor de grote liefde van Barbara destijds, Hubert Ballay, dekolonisatie-diplomaat en zakenman) is volgens de verteller in dit chanson, een man van zijn vrouw gescheiden,  voor zijn liefde. De nieuwe geliefde is in afwachting van zijn komst. Dis, quand, reviendras-tu ? /"zeg wanneer je terugkomt". Het is een klassieker in Frankrijk, dat blijkt ook uit de 16 miljoen views op YouTube.

Barbara ontmoet Hubert Ballay, diplomaat in Ivoorkust in 1959. Ze vertrekt om in 1961 drie maanden bij hem te wonen, in Abidjan, waar ze zingt in het beroemdste lokale striptease-cabaret, "Le Refuge". Terug in Parijs wacht de zangeres maandenlang op de komst van haar geliefde, die nog steeds in Afrika zit. Ze schrijft hem tweehonderd brieven en draagt een van haar allereerste liedjes aan hem op, waarin ze hem dreigt iemand te vinden die haar troost kan bieden "J'irais me réchauffer à un autre soleil". Wanneer Ballay eindelijk terugkeert om zich in Frankrijk te vestigen, is de breuk compleet. Barbara zal andere liefdes hebben zoals de schilder Luc Simon, de acteur Pierre Arditi of de accordeonist Roland Romanelli

Dis, quand, reviendras-tu ? heeft de vorm van een regelmatig gedicht, zeer beheerst, en maakt het een klassieker van het Franse chanson. Het refrein bestaat uit twee vragende zinnen, maar wordt afgesloten met een uitroepteken bij het noemen van verloren tijd.

De tekst geeft niet het geslacht of het geslacht van de personages weer, behalve in de laatste twee regels ("Ik ben niet een van degenen die van verdriet sterven / ik heb niet de deugd van zeemansvrouwen"). Er is een variant van het laatste vers voor mannen ("oude ridders"). In 1967 bracht Barbara een Duitse versie uit, getiteld Sag, wann bist du bei mir?

Onze voorkeur voor de chansons van Barbera gaat uit naar Nantes, maar wij hebben Dis, quand, reviendras-tu ? gekozen op basis van het aantal Youtube views (zo'n 16 miljioen)

Tekst: Dis, quand, reviendras-tu ?:

Voilà combien de jours, voilà combien de nuits
Voilà combien de temps que tu es reparti
Tu m'as dit cette fois, c'est le dernier voyage
Pour nos cœurs déchirés, c'est le dernier naufrage
Au printemps, tu verras, je serai de retour
Le printemps, c'est joli pour se parler d'amour
Nous irons voir ensemble les jardins refleuris
Et déambulerons dans les rues de Paris

Dis, quand reviendras-tu?
Dis, au moins le sais-tu?
Que tout le temps qui passe ne se rattrape guère
Que tout le temps perdu
Ne se rattrape plus

Le printemps s'est enfui depuis longtemps déj?
Craquent les feuilles mortes, brûlent les feux de bois
À voir Paris si beau dans cette fin d'automne
Soudain je m'alanguis, je rêve, je frissonne
Je tangue, je chavire, et comme la rengaine
Je vais, je viens, je vire, je me tourne, je me traîne
Ton image me hante, je te parle tout bas
Et j'ai le mal d'amour, et j'ai le mal de toi

Dis, quand reviendras-tu?
Dis, au moins le sais-tu?
Que tout le temps qui passe ne se rattrape guère
Que tout le temps perdu
Ne se rattrape plus

J'ai beau t'aimer encore, j'ai beau t'aimer toujours
J'ai beau n'aimer que toi, j'ai beau t'aimer d'amour
Si tu ne comprends pas qu'il te faut revenir
Je ferai de nous deux mes plus beaux souvenirs
Je reprendrai la route, le monde m'émerveille
J'irai me réchauffer à un autre soleil
Je ne suis pas de celles qui meurent de chagrin
Je n'ai pas la vertu des femmes de marins

Dis, mais quand reviendras-tu?
Dis, au moins le sais-tu?
Que tout le temps qui passe ne se rattrape guère
Que tout le temps perdu
Ne se rattrape plus

X62%20Dis

 Tekst:  Dis, quand, reviendras-tu ? - Nederlandse vertaling

Oh zoveel dagen, reeds zoveel nachten,
Zo lang ben je al vertrokken.
Dit keer zei je, het is mijn laatste reis,
De laatste schipbreuk voor onze verscheurde harten.
Je zal zien, in de lente kom ik terug,
Want de lente is de tijd om over liefde te praten.
We zullen samen dwalen door de bloementuinen
En struinen door de straten van Parijs.

Vertel me wanneer je terugkomt,
Je weet maar al te goed dat de tijd die weg vliegt,
Niet meer in te halen valt,
Dat alle vervlogen tijd voor goed verdwenen is.

Maar de lente is reeds lang vervlogen,
Want dode bladeren kraken, houtvuren branden,
Parijs is zo mooi op het einde van de herfst.
Ineens hunker ik, droom ik, bibber ik,
Tintel ik, kapseis ik-en altijd op hetzelfde wijsje-
Ga ik, kom ik, veer ik mee, draai ik me om, slenter ik verder.
Jouw beeld achtervolgt me,ik fluister je toe,
Je geeft me liefdesverdriet, je maakt me gek.

Vertel me wanneer je terugkomt,
Je weet maar al te goed dat de tijd die weg vliegt,
Niet meer in te halen valt,
Dat alle vervlogen tijd voor goed verdwenen is.

Wat stom om nog van je te houden, hoe zinloos om je te beminnen,
Wat een kul om alleen om jou te geven,wat een domheid om je als lief te houden.
Als je niet begrijpt dat je terug moet komen,
Zal ik van ons samen de mooiste herinneringen bewaren.
Ik ga terug op weg, de wereld lacht me toe,
Ik zal me warmen aan een andere zon.
Ik ben geen type om te sterven van verdriet,
De deugd der zeemansvrouwen is me vreemd.

 

 

 

 

 

 

{{ message }}

{{ 'Comments are closed.' | trans }}