Chansonniers / Chansonnieres

het Salvatore ridder Adamo, artiestennaam Adamo (Comiso (Sicilië), 1 november 1943) is een Belgische zanger van Italiaans-Siciliaanse afkomst. Hij zingt de door hemzelf geschreven chansons voornamelijk in het Frans, maar ook in zijn moedertaal Italiaans, Nederlands, Engels, Turks, Spaans, Japans en Duits.

In 1964 was hij de bestverkopende artiest ter wereld op The Beatles na. In zijn carrière verkocht hij wereldwijd meer dan 100 miljoen albums en singles en is daarmee de bestverkopende Belgische artiest aller tijden.

19b%20Adamo

In 1947, toen Adamo drie jaar oud was, verhuisde hij met zijn familie naar het Belgische Ghlin bij Bergen, waar zijn vader in de mijnen ging werken. Hij groeide op in het nabijgelegen Jemappes (Bergen). Daar werden ook zijn zusjes en broer geboren. Gedurende zijn schooljaren zong hij in het kerkkoor en leerde hij gitaar spelen. In 1960 deed hij voor het eerst mee aan een wedstrijd en won met het liedje Si J'osais. De eerste radio-uitzending volgde op 14 februari van dat jaar. In 1961 bracht hij zijn eerste plaat uit, nadat hij in Saint-Quentin (Parijs) een wedstrijd had gewonnen. In 1963 brak hij door met Sans toi, ma mie. Op 1 november van dat jaar was hij de hoofdact in de Ancienne Belgique in Brussel. In maart 1964 trad hij met zijn hele familie op bij Willem Duys in het programma 'Voor de vuist weg' met Vous permettez, monsieur?, wat zijn eerste Nederlandse nummer 1-hit tot gevolg had. Het stond 11 weken op de eerste plaats in de Tijd voor Teenagers Top 10.

Tevens was het de grootste hit van het jaar 1964 in Nederland, met 200.000 verkochte exemplaren. Dat jaar volgden optredens in Frankrijk, Duitsland, Turkije, Libanon en Canada. Tot 1966 droeg een vierde deel van alle platen die in Frankrijk verkocht werden, zijn naam.

Alizée Jacotey (geboren op 21 augustus 1984), professioneel bekend als Alizée, is een Franse zangeres, danseres en stemactrice. Ze is geboren en opgegroeid in Ajaccio,Corsica.

Ze werd ontdekt na haar winnende optreden in de talentenjacht Graines de Star in 1999. Hierna volgde een reeks albums die een enorme populariteit bereikten door de grenzen van de lyrische inhoud te verleggen naar mainstream populaire muziek en beeldende videoclips, die een vaste waarde werden op NRJ, Europa 1, MTV, Virgin Radio en vele anderen. Gedurende haar carrière,had ze veel top 25 hits in de hitlijsten, waaronder "Moi ... Lolita", "L'Alizé", "J'en ai marre!", "Gourmandises", "Mademoiselle Juliette", haar coverversie van "La Isla Bonita", "Parler Tout Bas", "Les collines" en "À cause de l'automne".

Alizée is één van de best verkopende vrouwelijke Franse artiesten van de 21ste eeuw, en is ook de zanger met de meeste exportproducten van Frankrijk. Ze heeft inmiddels zes studioalbums uitgebracht, waarvan de eerste twee zijn gecomponeerd door Laurent Boutonnat en geschreven door Myléne Farmer.

112%20Alizee

Haar eerste album was Gourmandises, dat binnen drie maanden na de release een Platinum-certificering ontving. Na de internationale lancering in 2001, werd het album Gourmandises een succes zowel in Frankrijk als in het buitenland, waardoor Alizée de onderscheiding verdiende voor de best verkopende vrouwelijke Franse zangeres in 2001. Het album bevatte haar meest succesvolle single "Moi ... Lolita" dat een nummer één notering bereikte in verschillende landen in Europa en Oost-Azië, in het Verenigd Koninkrijk, werd het door de New Musical Express gekozen tot "Single van de Week" een zeldzaam voorbeeld van een liedje in een vreemde taal dat hoog scoort in het Verenigd Koninkrijk, het bereikte daar uiteindelijk een hoogste notering van nummer 9.

Barbara was de artiestennaam van Monique Andrée Serf, (Parijs, 9 juni 1930 - Neuilly-sur-Seine, 24 november 1997). Omdat ze van Joodse afkomst was, moest Barbara tijdens de bezetting van Frankrijk door de nazi's in de Tweede Wereldoorlog met haar familie onderduiken. In het boek Il était un piano noir vertelt ze hierover. Na de oorlog hoorde een buurvrouw die muzieklerares was, haar zingen en zette zich in om er voor te zorgen dat zij haar zangtalent kon ontwikkelen.

 Door haar lengte, zwarte kleren, gitzwarte haren en bleek gezicht had ze een spookachtige verschijning die de melancholie van de teleurgestelde liefde weergaf. Haar carrière ontwikkelde zich echter langzaam en het was moeilijk om rond te komen. Pas in 1961 werd ze beroemd door optredens in de muziektempel van Bobino bij Montparnasse in Parijs. Ze wist de aandacht te trekken en het publiek vast te houden met nieuw repertoire. Vanaf dat moment was haar naam gevestigd en in 1964 tekende ze een contract met de platenmaatschappij Philips Records. Tijdens het componeren werd ze geïnspireerd door componisten als Mireille en Charles Trenet, de twee grootste vedettes van haar tijd. Haar capaciteit haar eigen liedjes te schrijven versterkte haar imago. De lyrische poëtische teksten, haar dramatiek en diepgang van de emotie in haar stem verzekerden haar van een publiek dat haar dertig jaar volgde. De liedjes uit deze tijd zijn Ma plus belle histoire d'amour c'est vous, L'aigle noir, Nantes (in het Nederlands gezongen door 't Crejateef Complot met als titel Brugge), La solitude en Une petite cantate

X62%20Barbara

In de jaren zeventig bleef ze ook muzikaal actief. Ze verscheen in een televisieoptreden met Johnny Hallyday en ging op tournee in Japan, Canada, België, Israël, Nederland en Zwitserland. In de jaren tachtig verscheen haar album Seule dat een van de best verkochte platen in 1981 was. Aan het einde van de jaren tachtig werd Barbara actief in de fondsenwerving voor de behandeling van aids. In 1988 werd zij benoemd in het Legioen van Eer, een hoge Franse onderscheiding.

Ze is overleden aan ademhalingsproblemen op 24 november 1997. Haar stoffelijk overschot ligt op het Cimetière parisien de Bagneux. In 1998 heeft de gemeente Saint-Marcellin waar het gezin met Barbara in de Tweede Wereldoorlog was ondergedoken besloten om een plein naar haar te vernoemen; ook organiseert men er verschillende activiteiten rondom haar. 

 C. Jérôme echte naam Claude Dhotel (Parijs, 21 december 1946 – aldaar, 14 maart 2000), was een Frans zanger. Hij bracht zijn jeugd door bij zijn grootouders in Lotharingen, bij Nancy en op 17-jarige leeftijd trekt hij naar zijn geboortestad, waar hij in contact komt met de Franse platenproducer Jean Albertini, die hem het pseudoniem C. Jérôme aanmeet.

Zijn grootste successen behaalde C. Jérôme in de jaren 70. In zijn dertig jaar durende carrière heeft hij meer dan 26 miljoen platen verkocht. Zijn grootse hit scoorde hij in 1974 met 'Jérôme, c'est moi'. Ook 'Kiss me' en 'J'ai encore rêvé d'elle' (duet met Joëlle Mogensen) deden het goed in Frankrijk en België.

 De successen van begin zeventiger jaren kon C. Jérôme later nooit meer evenaren. In 1985 scoort hij wel nog een grote hit in Frankrijk met Et tu danses avec lui. Het nummer is evenwel buiten Frankrijk relatief onopgemerkt gebleven.

66b%20Jerome

 Vanaf 1995 presenteerde hij een radioprogramma op Radio Monte Carlo. Gedurende de zomer van 1996 presenteerde hij een dagelijkse televisieshow 'La Chanson Trésor'.In 2000 stierf C. Jérôme aan de gevolgen van kanker op slechts 53-jarige leeftijd.

 Céline Marie Claudette Dion (30 maart 1968) is een Canadese zangeres. Dion werd, als jongste van veertien kinderen, geboren in Charlemagne, Quebec (Canada). Op 12-jarige leeftijd bracht haar moeder haar in contact met de manager René Angélil, die zo in haar geloofde dat hij een hypotheek op zijn huis nam om haar carrière te financieren. In 1981 kwam het eerste album van Dion uit (La Voix du bon Dieu). Hiermee werd ze in Quebec een ster. Het jaar erop won ze de gouden medaille op het World Song Festival in Tokio. In de jaren die erop volgden bracht Dion meerdere albums uit met Franse chansons, die veelal over het gevoelsleven van dit jonge meisje gingen. In 1987 kwam in Canada het album Incognito uit, het eerste echte pop-album van Dion.

In 1988 deed ze namens Zwitserland mee met het Eurovisiesongfestival, dat ze won met het liedje Ne Partez Pas Sans Moi. Door de overwinning werd Dion ekend in Europa. Vanaf 1988 werd er gewerkt aan Dions eerste Engelstalige album Unison dat in 1990 uitkwam. Platenlabel Sony Music had het doel voor ogen dat Dion in de VS zou doorbreken met het Engelse repertoire. Het bleek te lukken. De single Where Does My Heart Beat Now behaalde de top 5 van de Amerikaanse Billboard Hot 100 en het album behaalde de platinastatus.

In 1991 werd Dion benaderd door de Walt Disney Studios om haar medewerking te verlenen aan de soundtrack van de speelfilm Beauty And The Beast. Samen met zanger Peabo Bryson nam Dion de titelsong van deze Disneyfilm op en eind 1991 groeide het nummer uit tot een groot succes. Het duet leverde Dion en Bryson zelfs een Academy Award op.

107%20Celine%20Dion

 Eind 1993 verscheen The Colour Of My Love, Dions derde album met Engelstalig materiaal. In Noord-Amerika werd de eerste single The Power Of Love (oorspronkelijk opgenomen door Jennifer Rush) een weergaloos succes. De single stond weken op nummer 1 in de Amerikaanse Billboard Hot 100. In Europa behaalde de single Think Twice groot succes. Het album bezorgde Dion de definitieve doorbraak in vrijwel alle landen van de wereld. Ondanks al het succes van haar Engelstalige werk, besloot ze om een tijdelijk uitstapje naar de basis te maken: ze bleef een Canadese met Franse roots. In 1994 schreef Jean-Jacques Goldman 12 Franse liedjes voor de zangeres die uiteindelijk op het album D'Eux terechtkwamen. Die plaat kwam begin '95 uit en bracht de hit Pour Que Tu M'aimes Encore voort. Het album groeide uit tot het bestverkochte Franstalige album aller tijden, met wereldwijd 9 miljoen verkochte exemplaren.

Charles Aznavour, pseudoniem van Chahnour Varinag Aznavourian (Parijs, 22 mei 1924-1 oktober 2018, Mouriès) is een Franse zanger, liedjesschrijver en acteur van Armeense afkomst.

Aznavour werd geboren als zoon van Armeense immigranten. Op negenjarige leeftijd begon hij met acteren en dansen. In de jaren veertig vormde hij samen met Pierre Roche een muzikaal duo en spoedig koos hij de podiumnaam Aznavour. Op jonge leeftijd introduceerden zijn artistieke ouders hem in de wereld van het theater.

20%20Charles%20Aznavour 

Zijn grote doorbraak kwam toen de zangeres Édith Piaf hem hoorde zingen en hem op tournee meenam door Frankrijk en de Verenigde Staten. Daarna ging de reis naar Quebec, waar het grote succes hem wachtte: veertig weken lang mocht hij in enkele clubs spelen, met elf shows per week. In 1953 brak Charles, beïnvloed door Piaf en Perrre Roche, door.

Aznavour wordt vaak omschreven als de 'Frank Sinatra van Frankrijk'. Bijna al zijn liederen gaan over de liefde. Hij heeft meer dan duizend liederen en musicals geschreven en hij componeerde veelal zelf de muziek en hij bracht meer dan honderd albums uit en speelde in zestig films. Aznavour zingt in vijf talen en is in het buitenland een van de bekendste Franse zangers. Hij heeft opgetreden in de prestigieuze Carnegie Hall en andere belangrijke zalen in de wereld.

 Louis Charles Auguste Claude (Charles) Trenet (Narbonne, 18 mei 1913 – Créteil, 19 februari 2001) was een Franse zanger, componist en acteur, actief vanaf de jaren 30 tot aan de jaren 90 van de 20e eeuw. Trenet, die vanwege zijn komische expressie en zijn vilten hoedje de bijnaam "Le Fou Chantant" (de zingende dwaas) kreeg, is vooral bekend vanwege zijn wereldhits Douce France en La mer. In Frankrijk wordt Trenet net zo geroemd als Édith Piaf en Charles Aznavour.

Trenet, een notariszoon uit Narbonne, kwam al vroeg met kunst in contact, mede omdat hij vanwege een ziekte lange tijd thuis moest blijven. In 1928 volgde hij zijn moeder naar Berlijn en daar kwam hij in aanraking met theater en poëzie. In de jaren 30 studeerde hij in Parijs architectuur en vormgeving.

2%20Charles%20Trenet

 Tijdens de Duitse bezetting speelde Trenet in enkele films. Ook bleef hij optreden, voornamelijk voor Duitse soldaten en Franse krijgsgevangenen in Duitsland. Dat werd hem niet in dank afgenomen. Mogelijk is zijn opstelling ingegeven door het feit dat Trenet als homoseksueel gevaar liep te worden gedeporteerd en er geruchten over een Joodse afkomst de ronde deden.

Na de oorlog vertrok Trenet naar de Verenigde Staten, waar hij snel een succes werd in New York en toerde in de VS, Mexico en Peru. In september 1951 keerde hij terug naar Frankrijk. Daar trad hij onafgebroken op, maar in de jaren zestig ging het niet goed met zijn carrière. In 1975 nam hij voor het eerst afscheid van de muziek.

 Claude François (Ismaïlia, 1 februari 1939 – Parijs, 11 maart 1978), bijgenaamd Clo-Clo, was een Frans artiest, componist, muzikant, uitgever en zanger. François werd geboren op 1 februari 1939 in Egypte. Zijn vader, Aimé, was een Fransman die werkte als directeur op het Suezkanaal. Zijn moeder, Lucia alias Chouffa, werd geboren in Calabrië, Italië, en was huisvrouw. Hij had ook nog een oudere zus. In de zomer van 1956, toen het Suezkanaal werd genationaliseerd door president Nasser, keerde het gezin in allerijl terug naar Europa, waar ze zich vestigden in een bescheiden appartement te Monte Carlo. Aimé François, getekend door dit gedwongen vertrek uit Egypte waar ze alles moesten achterlaten, werd ziek en zijn zoon Claude nam de taak als gezinshoofd over. Hij werd drummer in het befaamde orkest van Louis Frosio, zeer tegen de zin van zijn vader. Tussen beiden kwam er een breuk die nooit meer goed zou komen.

In oktober 1962 kwam de grote doorbraak met het nummer Belles, Belles, Belles, een cover van The Everly Brothers. De Franse tekst kwam van Vline Buggy en Claude zelf. Het nummer werd grijsgedraaid op de radio en vooral in het radioprogramma Salut les copains. Later zouden nog tal van hits volgen, zoals: Marche tout droit, Dis-lui en vooral Si j'avais un marteau.

Na een idylle van drie jaar met de toen nog piepjonge Eurovisiesongfestival-winnares France Gall ontmoette hij Isabelle Forêt, die de moeder van zijn twee zonen zou worden. Zijn carrière als zakenman begon in 1967 met de oprichting van zijn eigen platenlabel Disques Flèche. Aan het zwembad van zijn huis in Dannemois en geïnspireerd door de liefdesbreuk met France Gall schreef hij samen met Jacques Revaux en Gilles Thibaut het liedje Comme  d'habitude (My Way). Aan de zonen van François alleen al brengt het liedje jaarlijks 750.000 euro aan auteursrechten op. Met zijn lied Parce que je t'aime mon enfant had Elvis Presley een hit onder de titel My Boy.

38%20Claude%20Francois

François bracht veel eigen composities, maar ook vertalingen van Engelse en Amerikaanse artiesten, onder andere uit de bekende Motown-stal. Op 1 juli 1974 trad hij in Parijs op voor 20.000 toeschouwers, een concert ten voordele van de stichting Perce-Neige van acteur Lino Ventura.

Claude François leidde een hectisch leven waarin plaatopnamen, televisieoptredens en concerten elkaar in rap tempo opvolgen en soms ook het noodlot toeslaat. In 1975 ontsnapte hij op het nippertje aan een aanslag van de IRA in het Londense Hilton-hotel en in juni 1977 werd zijn auto onder vuur genomen op de autosnelweg naar Dannemois. De politie telde elf kogelinslagen in het koetswerk. Hij en de andere inzittenden kwamen er met de schrik vanaf.

Hij overleed echter op zaterdag 11 maart 1978 in Parijs, geëlektrocuteerd in zijn badkamer toen hij staande in zijn met water gevulde bad een loszittende lamphouder wilde rechtzetten. Zijn bijna maniakale zin voor orde en stiptheid was hem fataal geworden. Na een begrafenisdienst in de Eglise d'Auteuil, bijgewoond door talloze collega-artiesten en tv-persoonlijkheden, en voor tienduizend bewonderaars buiten, werd hij begraven in Dannemois (Essonne). Op de dag van zijn begrafenis, woensdag 15 maart 1978, lag zijn laatste single in de platenwinkels: Alexandrie, Alexandra, een ode aan zijn geboorteland Egypte.

Claude-Michel Schönberg (Vannes, 6 juli 1944) is een Franse zanger, componist van musicals en theaterproducent.

Hij werd in 1944 geboren uit Hongaarse ouders. Hij begon zijn carrière als zanger, tekstschrijver en producent van populaire liedjes. In 1973 schreef hij de muziek van zijn eerste musical "La Révolution Française". Daarna volgden "Les Misérables" (1980, Engelse versie in 1985), "Miss Saigon" (1989), "Martin Guerre" (1995) en "The Pirate Queen" (2006).

Hij was eveneens de muzikale supervisor voor alle producties van "Les Misérables" en "Miss Saigon" wereldwijd, en co-produceerde verscheidene internationale cast albums. In 2001 componeerde Schönberg zijn eerste ballet, Wuthering Heights, dat in september 2002 werd uitgevoerd door het Northern Ballet Theatre.

78%20Claude%20Michel%20Schonberg

In 2003 huwde Claude-Michel Schönberg met de Britse ballerina Charlotte Talbot. Medio jaren 1970 stond Schönberg in de hitlijsten met "Le premier pas" en "Les enfants de mes enfants". 

Dalida (Caïro, 17 januari 1933 - Parijs, 3 mei 1987), pseudoniem van Iolanda Cristina Gigliotti, was een Egyptisch-Franse zangeres en actrice van Italiaanse afkomst. Met meer dan 170 miljoen verkochte platen is ze een van Frankrijks succesvolste artiesten ooit.

In 1954 was Iolanda Cristina Gigliotti Miss Egypte, en op haar eenentwintigste vertrok ze naar Frankrijk voor een carrière als zangeres en actrice. Ze noemde zichzelf toen Dalila, naar de vrouw uit de Bijbel. In Parijs veranderde ze dat op aanraden van Eddie Barclay in Dalida. Ze brak door met een Italiaans getint repertoire, en cultiveerde haar 'exotische' uitstraling met een grote bos zwarte krullen en donker omrande ogen. In 1957 had ze in Frankrijk een hit met het lied Bambino, dat 39 weken lang de hitlijst aanvoerde. Aan het einde van de jaren zestig nam ze haar typerende, blonde kapsel. Aan het begin van de jaren zeventig verdiepte ze haar repertoire door werk van Léo Ferré en Jacques Brel op te nemen.

In de jaren tachtig dwong een oogkwaal, die uit haar jeugd stamde, haar tot enkele operaties die weinig verbetering brachten. Ze zag steeds minder met haar linkeroog, en keek vaak scheel. Ook de relaties met mannen waren weinig gelukkig. Drie mannen met wie ze een al dan niet langdurige, doch erg innige relatie onderhield, pleegden zelfmoord, onder wie Luigi Tenco en Lucien Morisse.

7%20Dalida

 Ze speelde nog in een film, genaamd "De Zesde Dag", waarvoor ze terugkeerde naar Egypte. Moe van alle problemen maakte ze in de nacht van 2 op 3 mei 1987 met behulp van pillen in Parijs een eind aan haar leven. Ze liet een briefje na met de woorden: «la vie m'est insupportable, pardonnez-moi» (het leven is ondraaglijk voor mij, vergeef me). Na haar dood werd Dalida een groot voorbeeld voor de nieuwe generatie zangeressen. Dalida wordt samen met Édith Piaf beschouwd als de meest populaire en invloedrijkste Franse zangeres uit de 20e eeuw.

'Dave' (Wouter Otto Levenbach) (Amsterdam 4 mei 1944-) groeit op in Blaricum. Na het Baarns Lyceum studeert hij korte tijd rechten in Amsterdam. De zanger begint zijn muzikale loopbaan als voorman van de formatie Dave Rich & The Millionaires. Zijn voornaam verwijst naar de Bijbelse David vanwege een citaat uit de Bijbel (2 Samuel 1, vers 26) waarin homoseksualiteit ter sprake komt. De band brengt in 1964 bij Phonogram een single uit.

Samen met zijn vriend reist Dave per boot naar de Middellandse Zee. In Saint-Tropez komt hij aan de kost als zanger in restaurants en cafés. Als zijn vriend hem verlaat, vestigt de zanger zich in Parijs waar hij in 1967 een platencontract krijgt. Hij gaat in 1969 als solist voor het eerst uitgebreid op tournee door Frankrijk, samen met de Griekse zangeres Nana Mouskouri.

Zijn grootste Nederlandstalige hit heeft hij in augustus 1969 met Nathalie. Hij doet in 1969 mee het Nationaal Songfestival en haalt de derde plaats met het liedje ‘Niets Gaat Zo Snel’. Hij zit in het Nederlandse team dat meedoet aan het songfestival in Knokke. Tijdens zijn deelname aan de musical Godspell (1971) ontmoet hij de Franse acteur Daniel Auteuil die een één van zijn beste vrienden wordt.

73%20Dave

Toen halverwege de jaren tachtig zijn populariteit taande, ging hij zonder band optreden en maakte hij van zijn zangrepertoire een soort cabaretachtige voorstelling. Rond 1995 zat zijn zangcarrière weer in de lift. Hierna ging hij zich ook toeleggen op presenteerwerk voor de Franse televisie. Zo versloeg hij het huwelijk van kroonprins Willem-Alexander en prinses Máxima Zorreguieta en een aantal malen het Eurovisiesongfestival.

Sinds 2010 is hij jurylid in La France a un incroyable talent, de Franse evenknie van Holland's Got Talent. In 2011 verscheen het album Blue Eyed Soul, met daarop Franse versies van bekende Motown-klassiekers. Dave was te zien in de in 2013 uitgebrachte Franse film Une chanson pour ma mère van regisseur Joël Franka.

Édith Piaf is het pseudoniem van Édith Giovanna Gassion (Parijs, 19 december 1915 – Grasse, 10 oktober 1963), die als Franse zangeres wereldwijde bekendheid kreeg. 'Piaf' is informeel Frans voor 'mus'. Zij zong chansons, waarvan de bekendste zijn: La Vie en rose, Non, je ne regrette rien en Milord (geschreven door Georges Moustaki).

Piaf werd in Parijs geboren als dochter van een Italiaans-Berberse kroegzangeres en een Franse acrobaat. Ze werd opgevoed door haar grootmoeder, die in Normandië een bordeel uitbaatte. Haar debuut als zangeres maakte zij rond haar vijftiende jaar als straatzangeres. Toen Piaf 17 jaar was, kreeg ze een dochter (Marcelle), verwekt door Louis Dupont, een Parijse koerier op wie zij verliefd geworden was. Het kind overleed op tweejarige leeftijd aan een hersenvliesontsteking

1%20Edith%20Piaf

Tijdens de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog schreef Piaf haar befaamde lied La Vie en rose. Zij was toen zowel bij de Duitse bezetters als onder de Franse bevolking een geliefde zangeres. Na de oorlog trad ze overal in Europa op en breidde haar roem zich buiten Frankrijk uit. Haar tragische leven wordt weerspiegeld in haar muziek, met als specialiteit de met hartverscheurende stem voorgedragen scherpe ballade.

Piaf overleed op 47-jarige leeftijd aan een inwendige bloeding in Plascassier (gemeente Grasse) op 10 oktober 1963. Haar lichaam werd per ambulance naar haar huis in Parijs overgebracht, waar het voor het publiek werd opgebaard. Haar begrafenis trok honderdduizenden belangstellenden en de plechtigheid bij de begraafplaats werd geblokkeerd door meer dan veertigduizend bewonderaars. Charles Aznavour, die de start van zijn carrière aan Piaf te danken had - ze ging met hem op reis in Frankrijk en de Verenigde Staten -, herinnerde eraan dat de begrafenis van Piaf het enige moment was na de Tweede Wereldoorlog dat het verkeer in Parijs stil lag.

Vandaag de dag wordt zij herinnerd en gerespecteerd als een van de grootste zangeressen die Frankrijk ooit heeft gehad. Haar leven had echter verschillende kanten: haar beroemdheid contrasteerde scherp met haar droevige persoonlijke leven.

France Gall artiestennaam van Isabelle Gall (Parijs, 9 oktober 1947 – Neuilly-sur-Seine, 7 januari 2018), was een Franse zangeres. Ze werd geboren in een muzikale familie. Haar moeder was zangeres en haar vader, Robert Gall, stond bekend als liedjesschrijver voor onder meer Charles Aznavour en Édith Piaf.

Toen ze vijftien was nam ze in 1963 onder de naam France Gall haar eerste single op: Ne sois pas si bête, die meteen een hit werd in Frankrijk. Een tweede single in 1964, Sacré Charlemagne, geschreven door haar vader, was opnieuw een hit. Een belangrijk keerpunt in haar persoonlijk leven en in haar carrière was de ontmoeting met de zanger en componist Michel Berger in 1974. Ze begonnen een relatie die in juni 1976 uitmondde in een huwelijk. Berger begon voor Gall nieuwe nummers van goede kwaliteit te schrijven. Hits werden onder meer La Déclaration (1974), Samba Mambo (1975) en Il jouait du piano debout over Jerry Lee Lewis (geïnspireerd door Elton John).

31%20France%20Gall

Kort na het uitkomen van deze laatste plaat stierf Berger aan een hartaanval op 2 augustus 1992. Enkele maanden na deze schok besloot Gall opnieuw te gaan optreden met de nummers die hij voor haar had geschreven en in 1995 bracht ze een nieuw album uit, France (opgenomen in Los Angeles). In de zomer van 1997 stierf haar dochter Pauline aan de gevolgen van de taaislijmziekte. Na deze nieuwe slag trok Gall zich terug uit de publiciteit en kwam nog slechts sporadisch voor het voetlicht. Ze bracht de meeste tijd door in haar huis in Senegal. Op 7 januari 2018 overleed ze op 70-jarige leeftijd in de Parijse voorstad Neuilly-sur-Seine aan de gevolgen van kanker. 

Françoise Hardy (Parijs, 17 januari 1944) tekende haar eerste contract met het platenlabel Disques Vogue in november 1961. In april 1962, kort nadat ze eindexamen had gedaan, verscheen haar eerste album Oh oh Chéri, met het titelliedje geschreven door Johnny Hallydays schrijfduo. Het nummer Tous les garçons et les filles werd een groot succes en er werden er 2 miljoen van verkocht. Ze had lang haar en droeg meestal jeans met een leren jasje en begeleidde zichzelf op de gitaar. De internationale impact van Tous les garçons et les filles, alsmede die van Hardy's uiterlijk en presentatie leidde ertoe dat de zangeres medio jaren zestig door sommigen werd gepresenteerd als 'Frankrijks antwoord op The Beatles'.

15%20Francoise%20Hardy

Hardy zong soms in het Engels, Italiaans, Spaans, en Duits. In 1963 vertegenwoordigde ze Monaco bij het Eurovisiesongfestival met L'amour s'en va en bereikte de vijfde plaats. In 1968 ontving ze de Grand Prix du Disque Académie Charles Gros.

In 1981 trouwde ze met haar oude vriend en collega Jacques Dutronc, met wie ze al een zoon had, Thomas Dutronc (1973). In mei 2000 had ze een comeback met het album Clair Obscur. Haar zoon speelde gitaar en haar man zong het duet Puisque vous partez en voyage. Iggy Pop en Étienne Daho deden ook mee. Ze woont tegenwoordig in de buurt van Parijs.

Frida Boccara (Casablanca (Marokko), 29 oktober 1940 - Parijs, 1 augustus 1996) was een Franse zangeres van Joods-Italiaanse afkomst. Oorspronkelijk komt ze uit een Joodse familie uit Livorno, Italië. In de jaren 60 deed ze aan verschillende festivals mee. Haar bekendste lied is Cent mille chansons uit 1968.

41%20Frida%20Boccara

Ze vertegenwoordigde Frankrijk op het songfestival van 1969 met de sterke ballade Un jour, un enfant. Daarmee won ze, maar ze moest haar overwinning wel met Nederland, Spanje en het Verenigd Koninkrijk delen. De vier landen hadden evenveel punten en het reglement voorzag geen noodscenario, waardoor er vier winnaars waren. Het reglement werd daarna aangepast om dit in de toekomst te voorkomen.

In 1996 stierf ze aan een longinfectie. Ze ligt begraven op de joodse begraafplaats van Bagneux.

Georges Brassens (Sète, 22 oktober 1921 – Saint-Gély-du-Fesc, 29 oktober 1981) groeide uit tot een van de populairste auteurs en vertolkers van het Franse chanson toch was zijn debuut moeizaam. Toen hij bekend werd, schreef hij al meer dan tien jaar chansons en had hij vrijwel zonder inkomsten geleefd. Als hij niet was geholpen door vrienden was hij onbekend gebleven en zou hij waarschijnlijk clochard zijn geworden.

 Dankzij zijn vrienden kwam hij begin 1952 in contact met Patachou die in hem onmiddellijk een talent herkende. Zij voorspelde dat hij binnen een jaar beroemder zou worden dan zijzelf. Dat gebeurde inderdaad nadat hij in haar cabaret optrad. Moest optreden, want hij beschouwde zichzelf als auteur en componist, hij dacht er geen moment aan om zelf op te treden. 'Ik ben toch geen circusartiest!' had hij gezegd toen Patachou aandrong.

Hoewel Patachou enkele chansons van hem kocht, vond ze dat hij zijn eigen chansons moest zingen omdat ze zo persoonlijk waren dat niemand anders ze zou kopen. Hij werd door een deel van zijn publiek bemind om zijn non-conformistische liedjes, maar menigeen was geschokt door zijn directe taal. Veel van zijn liedjes werden verboden voor de Franse en Zwitserse radio (soms gekuist).

X43b%20George%20Brassens

Zijn liedjes waren niet alleen schokkend omdat ze recht-voor-zijn-raap-woorden bevatten, maar ook omdat ze zo indruisten tegen de burgerlijke normen van toen (rond 1953). In de honderden liedjes die hij schreef komen typische en uiteenlopende personages tot leven: boerenmeisjes, vlinderjagers, hoeren, verliefde stelletjes, gendarmes, hoorntjesdragers, kruimeldieven, overspelige vrouwen, trouwe echtgenoten, pastoors, doodgravers, moordenaressen, dronkenlappen... Hij neemt het op voor mensen die traditioneel door het publiek geminacht wordt, de croquants, de brave burgers met hun vooroordelen.

Vrijwel al zijn melodieën zijn van heel persoonlijke signatuur, ze zijn herkenbaar maar onopvallend, uitsluitend bedoeld als de dragers en versterkers van de teksten. Hij bleef tot zijn dood trouw aan zijn oorspronkelijke eenvoudige stijl, waarin hij zichzelf begeleidde op de gitaar. De rest van zijn orkest bestond uit Pierre Nicolas, contrabas en vaak een sologitarist. Zijn muziek doet voor sommigen soms monotoon aan. Bij nadere beschouwing blijken zijn melodieën even meesterlijk als zijn teksten en ze kunnen een eigen leven leiden. Veel van zijn muziek is gebruikt door jazzmuzikanten.

Georges Brassens stierf in 1981 op zestigjarige leeftijd en werd bijgezet in het familiegraf van Brassens op de armenbegraafplaats 'Le Py' van Sète.

 Georges Moustaki geboren als Giuseppe (Yussef) Mustacchi (Alexandrië, 3 mei 1934 – Nice, 23 mei 2013), was een Franse zanger en componist van Grieks-Joodse afkomst. Hij verwierf internationale bekendheid in 1968 met zijn lied "Le Métèque".

Moustaki's ouders Nessem en Sarah kwamen oorspronkelijk van het eiland Korfoe in Griekenland, maar vestigden zich voor Yussefs geboorte in Alexandrië, alwaar ze een boekwinkel openden in een multiculturele wijk, waar Arabisch, Italiaans, Hebreeuws en Grieks werden gesproken. Omdat Nessem en Sarah een speciale belangstelling hadden voor de Franse cultuur, werd Yussef op een Franse school gezet. Op deze manier kwam Yussef ook in contact met het Franse chanson.

In 1951 trok Yussef Mustacchi naar Parijs, waar hij in eerste instantie werkte als journalist en barkeeper. In deze tijd veranderde hij zijn naam in Georges Moustaki. De nieuwe voornaam was een hommage aan Georges Brassens, die Moustaki stimuleerde. De jonge Griek begon chansons te schrijven voor grootheden als Barbara en Yves Montand. Voor de veel oudere Édith Piaf, met wie hij korte tijd een verhouding had, schreef hij in 1959 de tekst van de hit "Milord". Marguerite Monnot schreef de muziek. Dalida vertaalde het in het Italiaans en Duits. De vertaling van Corry Brokken veroorzaakte enig rumoer in het Nederland van 1960.

45%20Georges%20Moustaki

In 1968 brak hij zelf internationaal door als zanger met het door hemzelf geschreven "Le Métèque".

Sindsdien heeft Moustaki veel bekende liederen opgenomen, vooral in het Frans, maar ook in het Italiaans, Hebreeuws, Grieks, Engels, Spaans en Jiddisch. In januari 1970 gaf hij zijn eerste grote concert in Bobino. Talloze optredens in vele landen zijn daarna gevolgd.

 Hij overleed in Nice op 79-jarige leeftijd. Hij ligt begraven op de beroemde begraafplaats Cimetière du Pére-Lachaise in Parijs.

Gérard Lenorman (echte naam Géard Aumard, Bénouville (Calvados), 9 februari 1945) is een Frans zanger en tekstschrijver. Lenorman werd in het Normandische kasteel Bénouville geboren als zoon van een onbekende Duitse soldaat en Franse moeder. Als kind wilde hij al zanger worden, op twaalfjarige leeftijd schreef hij het nummer Le Vagabond. Zijn eerste album kwam uit in 1968. Gedurende de jaren '70 en het begin van de jaren '80 was hij erg succesvol in Frankrijk en de Francophonie. Toen hij op 36-jarige leeftijd ontdekte dat zijn vader een onbekende Duitse soldaat was, schreef hij het nummer Warum mein Vater

In 1970 breekt hij vervolgens door, als gevolg van een kleine toevalligheid. In Parijs gaat dan de musical Hair draaien, en men vraagt Lenorman op het laatste moment of hij Julien Clerc kan vervangen. Hij grijpt de kans na enige aarzeling met beide handen aan. Het betekent groot succes voor Lenorman, en de platenmaatschappijen staan te springen om zijn muziek. Hit na hit stapelt zich op, Il, Les matins d’hiver, Les jours heureux, Quelque chose et moi, Michèle, en vooral La balade des gens heureux.

74b%20Gerard%20Lenorman

Rond 1985 besluit hij een tijdje terug te treden uit de publiciteit.-de-rust helpt zijn huwelijk niet veel verder, want in 1989 scheidt hij uiteindelijk van zijn vrouw. Namens Frankrijk nam hij in 1988 deel aan het Eurovisiesongfestival met het nummer Chanteur de Charme, waarmee hij op de 10e plaats eindigde. Een album dat hij rond die tijd uitbrengt, Heureux qui communique, levert hem ook niet de gewenste resultaten op.

Pas in de loop van de jaren ’90 klimt hij weer langzaam op uit de vergetelheid. Met tournees en studio-opnames komt het succes weer wat terug, maar niet meer zo groot als in de jaren ’70. Hij geeft er dan ook niet alles meer voor, en trekt zich vaak terug op zijn boerderijtje in Noord-Frankrijk. Hij schreef ook een boek, Je suis né à vingt ans. 

Gilbert Bécaud (Toulon, 24 oktober 1927 – Parijs, 18 december 2001) was een Frans zanger, componist en acteur. Zijn bijnaam was "Monsieur 100.000 Volts" vanwege zijn energieke optredens. Zijn bekendste hit in Nederland is "Nathalie" (1964), een liefdeslied waarin ook de hoop uitgesproken wordt dat de tijdens de Koude Oorlog ontstane (ideologische) muren tussen het Oosten en het Westen geslecht zullen worden. In Amerika is "Et maintenant" (1961) bekend geworden in de Engelstalige versie: "What Now My Love".

Bécaud werd geboren in Toulon als François Silly en leerde al op jonge leeftijd pianospelen. Hij ging naar het conservatorium in Nice, maar ging in 1942, tijdens de Tweede Wereldoorlog, van school om bij de Franse ondergrondse te gaan. Hij begon in 1948 liedjes te schrijven, na een ontmoeting met Maurice Vidalin, die hem inspireerde. Hij begon te schrijven voor Marie Bizet. Bizet, Bécaud en Vidalin werden een succesvol trio, hun samenwerking duurde tot 1950.

13%20Gilbert%20Becaud

Terwijl hij toerde als pianist met Jacques Pills ontmoette hij Édith Piaf. Onder haar invloed begon hij in 1953 met zingen. Zijn eerste liedjes waren "Mes mains" en "Les croix". Een jaar later had hij zijn eerste optreden en tegen 1955 stond hij bekend om zijn energieke optredens.

In het begin van de zeventiger jaren lag de nadruk meer op toeren dan op het opnemen en na nog wat acteerwerk nam hij in 1973 een pauze en gaf als reden uitputting. In 1974 werd hij benoemd tot Ridder in het Franse Legioen van Eer.

Hij overleed op zijn woonboot op de Seine in Parijs op 18 december 2001. Hij werd begraven op de beroemde Parijse begraafplaats Père-Lachaise.

Hervé Vilard (Parijs, 24 juli 1946) is een Franse chansonnier, die tijdens de jaren 60 van de 20e eeuw bekend werd door het in 1965 gepubliceerde lied Capri, c'est fini. René Villard, de echte naam van Hervé Vilard (met één l!) werd in Parijs geboren. Zijn moeder heette Blanche en was verkoopster van violetjes. Hervé werd in een taxi geboren, die onderweg was naar het ziekenhuis.. Zijn vader heeft hij nooit gekend en toen een buurman klacht indiende werd zijn moeder het ouderlijk gezag ontnomen en werd hij op 6-jarige leeftijd naar het weeshuis gestuurd, waar hij herhaaldelijk trachtte te ontsnappen.

32b%20Herve%20Vilard

Hij was in 1967 de eerste homo die uit de kast kwam. Op de b-zijde van Capri, c’ est fini, waarvan dat Hervé dacht dat Capri een stad was i.p.v. een eiland, stond "Un monde fait pour nous", de Franse vertaling, van Jimmy Fontana’ s "Il mondo". Na Capri c’ est fini kwam in 1965 nog een EP-tje uit, met o.m. .. "Fais la rire", een compositie van Danyel Gérard, ook bekend in de Italiaanse vertaling "Ridera" van Little Tony en in de Duitse versie "Bleib’ bei ihr" van Udo Jürgens.

Jacques Romain Georges Brel (Schaarbeek, 8 april 1929 – Bobigny (Parijs), 9 oktober 1978) was een Belgische zanger, componist en tekstschrijver die in de vroege jaren zestig uitgroeide tot een internationale beroemdheid. Na zijn afscheid van het podium in 1967 was hij enige tijd actief als filmacteur en -regisseur. Tijdens het belangrijkste deel van zijn carrière werkte hij intensief samen met de componisten François Rauber en Gérard Jouannest.

Vanwege zijn kritische, vaak spottende, teksten over de Vlaamse Beweging en het leven onder de vleugels van de Rooms-Katholieke Kerk was Brel vooral onder Vlamingen omstreden. Hij schreef echter diverse lofzangen op het Vlaamse land en het vrouwelijk deel van zijn bewoners. Met zijn liedjesteksten zorgde Brel regelmatig voor opschudding, o.m. met Les bourgeois en Les Flamandes. In 1966 haalt La...La...La..., waarin Brel de pastoors en de flaminganten hekelt en een republikeins België voorstaat, zelfs de parlementaire debatten.

10%20Jacques%20Brel

Vele artiesten hebben Brel-chansons uitgevoerd of opgenomen: Will Ferdy, Liesbeth List, Johan Verminnen, Herman van Veen, Jeroen Willems en Patrick Riguelle. In het Engelse taalgebied zorgden met name vertaler Rod McKuen en de zangers Scott Walker, Terry Jacks en David Bowie voor Brels bekendheid. Van If you go away (de Engelse bewerking van Ne me quitte pas) bestaan talloze versies, waarvan die van Shirley Bassey, Dusty Springfield, Neil Diamond en Frank Sinatra waarschijnlijk de bekendste zijn.

Een snel verslechterende gezondheidstoestand dwong hem de laatste drie maanden van zijn leven in Frankrijk door te brengen. Op 9 oktober 1978 overleed hij aan een longembolie in het Avicennaziekenhuis in Bobigny nabij Parijs. Hij werd begraven op het kerkhof van Atuona in Hiva Oa, niet ver van het graf van Paul Gauguin.

Jacques Dutronc (Parijs, 28 april 1943) is een Franse zanger, componist en filmacteur. In zijn jeugd werd hij opgeleid als grafisch ontwerper.

Het gelijknamige debuutalbum van Dutronc, uitgebracht eind 1966, verkocht meer dan een miljoen exemplaren en kreeg een speciale Grand Prix du Disque van de Académie Charles Cros, in memoriam van één van de oprichters. Een tweede single, "Les play boys", bracht zes weken door op nummer één en verkocht 600.000 exemplaren. Dutronc was één van de commercieel meest succesvolle Franse muzieksterren van de late jaren zestig en vroege jaren zeventig. In die periode bracht hij zeven hitalbums uit en meer dan 20 singles, waaronder twee grote hits: "J'aime les filles" in 1967 en "Il est cinq heures, Paris s'éveille" in 1968.

 35%20Jacques%20Dutronc

Muziekcriticus Mark Deming over Dutronc: "De vroege hits van Dutronc waren ruwe maar slimme oefeningen in Europese garagerock ... zoals de rolmodellen van Dutronc Bob Dylan en Ray Davies, hij kon melodieën schrijven die sterk genoeg waren om mee te werken, zelfs zonder hun uitstekende teksten, en zijn band had meer dan genoeg energie om ze te laten vliegen (en de inbeelding om mee te bewegen met de muzikale tijden toen psychedelica en harde rock aan het einde van het decennium in beeld kwamen)".

Cultuurhistoricus Larry Portis beschrijft de komst van Dutronc in de Franse muziekscène samen met die van Michel Polnareff rond dezelfde tijd, als vertegenwoordiger van "de eerste Franse rockmuziek die kan worden beschouwd als een muzikaal competent samengaan met Afro-Amerikaanse en Afrikaans-Amerikaans-Britse invloeden. "Voor Portis markeert Dutronc een breuk met de literaire traditie van het Franse chanson in zijn creatief gebruik van de klanken, dan alleen de syntaxis van de taal."

Hij huwde in 1981 met zangeres Françoise Hardy met wie hij sinds 1967 een relatie heeft en die de moeder is van zijn zoon Thomas Dutronc (Parijs, 1973), een Franse zanger en jazzgitarist. 

Joseph Ira "Joe" Dassin (New York, 5 november 1938 - Tahiti, 20 augustus 1980) was een Frans-Amerikaanse zanger en componist.

Dassin werd geboren in New York als zoon van Jules Dassin, een joodse filmregisseur, en Béatrice Launer, een succesvolle violiste. Hij groeide op in New York en Los Angeles. Jules Dassin werd vanwege zijn banden met de communistische partij op een zwarte lijst geplaatst. Hierdoor werd hem het werken in de Verenigde Staten onmogelijk gemaakt. Dit was voor Jules Dassin de reden om in 1950 met zijn gezin naar Europa (Engeland, Frankrijk en Zwitserland) te verhuizen.

Na het afsluiten van zijn studie aan het Institut Le Rosey in Zwitserland keerde Joe Dassin in 1957 terug naar de Verenigde Staten om aan de University of Michigan culturele antropologie te studeren. Joe was niet alleen heel intelligent en veelzijdig, maar net als zijn moeder, ook heel muzikaal. Hij speelde diverse instrumenten, zoals piano, gitaar en banjo, en was een groot bewonderaar van Georges Brassens. Om tijdens zijn studie wat extra geld te verdienen zong hij op zaterdagavonden in cafés met een Franse studievriend, Alain Giraud, de latere wetenschapper en schrijver.

Na het behalen van zijn masterdiploma in juni 1963 verhuisde Dassin weer terug naar Frankrijk om als technicus voor zijn ondertussen zeer beroemde en succesvolle vader te gaan werken. Ook speelde hij als acteur in diverse films. Na grote successen zoals Les Dalton, Marie-Jeanne ("Ode to Billie Joe", oorspronkelijk geschreven en gezongen door Bobbie Gentry), Siffler sur la colline, Les Champs Élysées, L’Amérique en Ça va pas changer le monde zouden er nog vele volgen. In de jaren 1964-69 werkte Joe Dassin vooral samen met de tekstschrijvers Jean-Michel Rivat en Frank Thomas. Joe Dassin bracht gedurende zijn carrière meer dan 250 liedjes uit in het Frans, Engels, Duits, Spaans, Grieks en Russisch, talen die hij vloeiend sprak. Zijn belangrijkste succes werd echter L'Été indien, de grootste zomerhit ooit, die in mei 1975 werd uitgebracht en alle verkooprecords van CBS zou overtreffen.

47b%20Joe%20Dassin

Tijdens zijn optreden op 12 juli 1980 in het Port Canto in Cannes kreeg Joe een hartinfarct. Hij werd naar het Amerikaanse ziekenhuis in Neuilly gebracht waar hij twaalf dagen op de intensivecareafdeling werd verpleegd. Om te herstellen reisde hij met zijn twee zoontjes Jonathan en Julien, zijn moeder Bea en enkele vrienden op 16 augustus naar Tahiti. Daar kreeg hij op 20 augustus 1980 tijdens een lunch met zijn familie en vrienden het laatste en fatale hartinfarct. Joe Dassin werd begraven op het Hollywood Forever Cemetery in Hollywood.

Johnny Hallyday pseudoniem van Jean-Philippe Smet (Parijs, 15 juni 1943 – Marnes-la-Coquette, 5 december 2017) was een Frans zanger en acteur van Belgische afkomst. Hallyday wordt gezien als de Elvis Presley van de francofone wereld. Van zijn platen werden in totaal meer dan 110 miljoen exemplaren verkocht. Hij werd drie keer onderscheiden met diamant, 22 maal met platina en 40 keer met goud.

In Nederland bereikte Hallyday tot tweemaal toe een nummer 1-notering in de hitlijsten.

Johnny Hallyday werd als Jean-Philippe Clerc geboren in Parijs, als overspelig kind van de Française Huguette Clerc (overleden september 2007) en de Belg Léon Smet. Kort na zijn geboorte gingen zijn ongehuwde ouders uiteen, waarna Jean-Philippe (Johnny) opgroeide bij zijn tante Hélène Mar.

18%20Johnny%20Hallyday

Onder invloed van Elvis Presley in de jaren 50 begon hij muziek te maken. Hij koos voluit voor de Engels klinkende artiestennaam Johnny Halliday, die voortkwam omdat zijn nicht op dat ogenblik een relatie had met een zekere Lee Halliday. In 1960 ontving hij zijn eerste platencontract en verscheen zijn eerste single Souvenirs, souvenirs en daaropvolgend zijn eerste album Hello Johnny.

In het Frankrijk van begin jaren 60 bouwde hij een reputatie op van wilde rock-'n-rollzanger en werd razend populair. In 1960 liep één van zijn concerten in Parijs zo uit de hand dat er gedurende enkele maanden een rockverbod van kracht was in de Franse hoofdstad. In zijn thuisland bleef hij ook nadien ongekend populair en is hij (uitverkochte) concerten op poppodia en in voetbalstadions blijven geven. Hallyday toerde verschillende keren de wereld rond.

Johnny Hallyday overleed op 5 december 2017 op 74-jarige leeftijd aan de gevolgen van longkanker. Drie dagen later vond in Parijs een afscheidsbijeenkomst plaats.

De witte kist met het lichaam van Hallyday werd onder toezicht van 1.500 agenten en onder belangstelling van tienduizenden toeschouwers met een escorte van zo'n 600 motorrijders van de Arc de Triomphe via de Avenue des Champs-Élysées naar La Madeleine gereden. Voor de kerk werd door de Franse president Emmanuel Macron een toespraak gehouden en speelde de band van Hallyday enkele nummers. De politie schatte dat tussen de 800.000 en een miljoen mensen waren afgekomen op de rouwstoet.

Julien Clerc wordt geboren als Paul LeClerc in Parijs, op 4 oktober 1947. Zijn moeder is afkomstig uit het overzeese Guadeloupe. Al op vroege leeftijd maakt hij kennis met muziek en zijn leven verandert naar eigen zeggen wanneer hij The Beatles voor het eerst I Want To Hold Your Hand hoort spelen. Hij doet mee met de dan heersende traditie en verandert zijn naam in Julien Clerc; eerder bedachte namen als Paul le Rock en Joe LeClerc lijken hem te pretentieus.

Zo’n 45 jaar, twintig studio-albums, waarvan vijf goud, en meerdere live-albums en compilaties later, is diezelfde Julien Clerc een wereldster van formaat.

In 1969 brak Clerc door in Frankrijk met een Franse versie van de musical Hair. Later vergaarde hij ook in Nederland grote bekendheid door hits als Hélène', Si on chantait, Elle voulait qu'on l'appelle Venise, Ce n'est rien en This melody, dat zelfs een nummer 1-hit werd in Nederland. Verantwoordelijk voor zijn grootste successen was tekstschrijver Etienne Roda-Gil, overleden op 31 mei 2004.

Met Sylvette Herry, een Frans actrice bekend als Miou-Miou, heeft hij één dochter: Jeanne (1978). Ze leerden elkaar kennen tijdens het draaien van D'amour et d'eau fraîche waarin beiden een hoofdrol als pril liefdeskoppel vertolken.

50b%20Julien%20Clerc

In mei 2007 neemt Julien Clerc samen met Rob de Nijs een duet op voor diens nieuwe album Chansons, een album met enkel Franse liedjes, door De Nijs in het Nederlands gezongen. Het nummer met Julien Clerc is diens nummer 1-hit This Melody, door Jan Rot vertaald als Eén Melodie.

In 2008 kwam het album Où s'en vont les avions uit. In 2009 viert hij zijn 40-jarig jubileum als artiest.

Julien Clerc heeft meerdere jaren deel uitgemaakt van Les Enfoirés, een wisselende groep Franse artiesten die zich inzet voor les Restos du Coeur, een organisatie ten behoeve van dak- en thuislozen.

Juliette Gréco (Montpellier, 7 februari 1927) is een zangeres en actrice. Gréco was in 1939 balletleerling in het Opéra de Paris. Tijdens de bezetting van Frankrijk door Nazi-Duitsland zat haar moeder in het verzet en was zij daar zelf ook bij betrokken. Toen ze echter gevangen werd genomen, werd ze niet gedeporteerd wegens haar jonge leeftijd. In 1945 ontdekte Gréco het intellectuele en het politieke leven in Parijs. Zij speelde enkele theaterrollen (Victor ou les Enfants au pouvoir, 1946) en werkte aan een radio-uitzending gewijd aan poëzie.

X60a%20Juliette%20Greco

In maart 1956 gaf ze concerten in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag, begeleid door de Nederlandse accordeonist Addy Kleijngeld. Zij vertrok naar New York en haar vertolkingen van Franse liedjes riepen veel enthousiasme op. Van 1959 tot 1963 wijdde ze zich aan het chanson en ontdekte enkele nieuwe talenten als Serge Gainsbourg, Guy Béart en Léo Ferré. In 1968 bedacht ze de formule van concerten die om 18.30 uur begonnen in het Théâtre de la Ville in Parijs. Daar zong ze een van haar bekendste chansons, Déshabillez-moi. In mei 2001 kreeg ze hartproblemen tijdens een concert in Montpellier. Op 27 mei 2011 trad Gréco voor het eerst na dertien jaar weer op in Nederland. Haar afscheidstournee hield ze in 2015, waarbij ze Nederland aandeed tijdens de Nacht van de Poëzie en een optreden gaf in het Amsterdamse Koninklijk Theater Carré. Bekende liedjes zijn Déshabillez-moi en Je suis comme je suis.

Léo Ferré (Monaco, 24 augustus 1916 - Castellina in Chianti, Italië, 14 juli 1993) was een Frans-Monegaskische dichter, muzikant en schrijver, componist en zanger van chansons. Hij was een dynamische en controversiële live-artiest, wiens carrière in Frankrijk de jaren na de Tweede Wereldoorlog tot aan zijn dood domineerde. Hij bracht in deze periode zo'n veertig albums uit, hij componeerde de muziek en schreef de meerderheid van zijn teksten zelf. Hij bracht veel hitsingles uit, met name tussen 1960 en het midden van de jaren zeventig.

X59%20Leo%20Ferre%201

Sommige van zijn chansons werden klassiekers van het Franse chansonrepertoire, waaronder "Avec le temps", "C'est extra", "Jolie Môme" en "Paris canaille". Hij leefde voornamelijk in Monaco, in Parijs, in het Franse departement Lot en aan het einde van zijn leven in Toscane. In Nederland worden zijn nummers onder meer vertolkt door Wende Snijders.

(Jean)-Michel Delpech (Courbevoie, 26 januari 1946 – Puteaux, 2 januari 2016) was een Franse chansonnier, romanschrijver en acteur. Als artiest noemde hij zich eenvoudigweg Michel Delpech. Zijn grootste succes in Nederland en Vlaanderen was het lied Pour un flirt.

Geboren in een Parijse voorstad in een welgestelde familie had Delpech een gelukkige jeugd. Zijn vader bezat een klein bedrijf. Op de middelbare school vormde hij, beïnvloed door de grote chansonniers van zijn tijd als Luis Mariano, Charles Aznavour en Gilbert Bécaud, met klasgenoten een klein orkestje. Verder studerend aan de Petit Conservatoire de Mireille, waar ook Yves Duteil en Françoise Hardy waren ontdekt, maakte hij zijn eerste single, Anatole in 1963.

48%20Michel%20Delpech

In 1969 componeerde hij het hippielied Wight is Wight in het Frans over het Britse Isle of Wight Festival van die zomer. Het werd een flinke hit in Frankrijk en was de internationale doorbraak voor Delpech. Sandie Shaw coverde het nummer het jaar daarop. In 1970 betreurde hij het uiteengaan van The Beatles in de song Et Paul chantait Yesterday, bracht hij het album Un coup de pied dans la montagne uit en brak hij met Johnny Stark. In 1971 scoorde Delpech een Europese hit met Pour un flirt, dat zelfs in Groot-Brittannië de hitparades haalde. Met Roland Vincent verbrak hij het jaar erop de samenwerking. Verdere chansons van hem waren Que Marianne était jolie (1972) en Les divorcés (1974), Le Chasseur (1974), La maison est en ruine (1974) (in België en Nederland ook bekend van de Nederlandse cover door Conny Vandenbos, met als titel 'In Den Haag is een laan') en Le Loir-et-Cher (1977). Aan het einde van de jaren 70 nam de internationale populariteit van het Franse chanson af, en Delpech beperkte zijn carrière tot de Franstalige landen.

In de jaren erna wijdde Delpech zich voornamelijk aan het componeren en tekstschrijven. Platen met oud materiaal kwamen uit, maar optredens deed hij niet. Een comeback vond plaats in 1983 met de single Animaux, animaux en zijn succesvolle album Loin d'ici in 1985, in 1989 gevolgd door J'étais un ange. In 1992 verenigde hij zich opnieuw met Roland Vincent en maakten ze samen het album Les Voix du Brésil. Daarna nam Delpech een vijfjarige sabbatical.

In 2013 werd bij Delpech keel- en tongkanker vastgesteld. Delpech sprak hierover als een "absolute" kanker, omdat hij zijn stem door de ziekte bijna volledig verloor. Begin 2015 kondigde Delpech aan dat hij genezen was, maar enkele maanden later herviel hij Hij overleed op 2 januari 2016 op 69-jarige leeftijd.

Michel Fugain (Grenoble, Isère, 12 mei 1942) is een Frans zanger en componist.

Fugain werd geboren als zoon van de medicus en verzetsstrijder Pierre Fugain. Hij brak zijn studie medicijnen af en werd assistent van de filmregisseur Yves Robert. Fugain raakte bevriend met Michel Sardou en schreef vervolgens nummers voor Disques Barclay, die door onder andere Dalida werden uitgevoerd

Toen Michel Fugain eind jaren zestig zijn debuut maakte, behoorde hij tot een nieuwe generatie van sociaal en politiek geëngageerde Franse chansonniers. Fugain wist de idealen van de Franse jeugd te vertalen in hoopvolle liedjes die uitzicht boden op betere tijden. Gedreven door een ongekend enthousiasme bracht hij samen met zijn Big Bazar een soort van totaaltheater, waarmee zij zowel in binnen- als buitenland enorm veel succes hadden.

In 1969 bracht hij zijn eerste album uit, genaamd Je n'aurai pas le temps. Het titelnummer werd als "if I only had time" gecoverd door John Rowles, die daar een grote hit mee had. Fugain was in 1972 oprichter van de formatie Michel Fugain et le Big Bazar, die verder bestond uit elf musici, vijftien zangers en dansers. In datzelfde jaar bracht deze formatie het bekende nummer Une belle histoire uit, dat in 1973 werd gecoverd door Ann Christy (Een mooi verhaal), in 1975 door Gerard Cox (Een mooi verhaal) en later door Paul de Leeuw en Alderliefste (Une belle histoire / Een mooi verhaal) alsook door Noordkaap (Een mooi verhaal).

55%20Michel%20Fugain

Le Big Bazar is een hippieachtige groep van getalenteerde jonge artiesten die met elkaar zingen, dansen, acteren , jongleren, samenleven en muziek maken. In de groep zit ook de knappe zangeres Stéphanie met wie Michel trouwt en vier kinderen krijgt. Met hun wervelende shows trekken Michel Fugain & Le Big Bazar volle zalen en hebben ze veel succes met vrolijke hits als 'La Fête', 'Fais Comme l’Oiseau', 'Le Printemps' en 'Ring & Ding'. Ook in Nederland zijn deze liedjes succesvol.

Als vervolg op Le Big Bazar richt Fugain in 1977 een nieuwe groep op: La Compagnie. Ook met dit gezelschap treedt hij met veel succes op in binnen- en buitenland. Eén van de hoogtepunten in het bestaan van La Compagnie is het optreden tijdens een straatfestival in Le Havre, waaraan 800 mensen uit de stad meedoen en dat ruim 50.000 bezoekers trekt. In 1979 start Fugain een theaterschool in Nice waar jong talent de kans krijgt zich te ontwikkelen.

Begin jaren tachtig besluit Fugain zich tijdelijk terug te trekken uit de showbusiness. Met z’n gezin vertrekt hij voor een poosje naar Amerika. In 1988 is Fugain weer terug in Frankrijk, waar hij wordt verwelkomd als een verloren zoon. Meteen scoort hij een grote hit met het liedje 'Viva La Vida'. In de jaren die volgen blijft hij met regelmaat platen maken, hits scoren en optreden. Maar dan gebeurt iets vreselijks. In mei 2002 overlijdt namelijk Fugains jongste dochter Laurette aan leukemie. Ze is dan slechts 21 jaar jong. Michel Fugain is wanhopig van verdriet. Hij besluit zijn carrière per direct te beëindigen om dit grote verlies samen met zijn vrouw Stéphanie te verwerken. 

Michel Polnareff (Nérac (Lot-et-Garonne), 3 juli 1944) is een Franse zanger en songschrijver van Joodse afkomst die vooral in de jaren '60 populair was. Polnareff werd geboren in een kunstminnende familie. Zijn moeder, Simone Lane, was danseres en zijn vader, Leib Polnareff (of Léo Poll), werkte ooit samen met Edith Piaf. Michel leerde piano en gitaar spelen voor hij professioneel muzikant werd.

34%20Michel%20Polnareff

Zijn eerste single, La Poupée qui fait non uit 1966, was meteen zijn grootste hit en werd meerdere malen gecoverd, onder andere door Mylène Farmer en Khaled in 1996. Het was Jimmy Page, gitarist van The Yardbirds en later Led Zeppelin, die gitaar speelde in het nummer. Tot het begin van de jaren '80 had hij een grote populariteit in Frankrijk. Hij stond bekend om zijn opvallende voorkomen, steeds met een zonnebril en extravagante, modieuze showkostuums. Op het gebied van stijl waren de optredens van Polnareff te vergelijken met die van David Bowie.

Michel Sardou (Parijs, 26 januari 1947) is een Franse zanger, chansonnier en acteur. Hij komt uit een beroemde Franse artiestenfamilie. Zijn vader Fernand Sardou was zanger, cabaretier en acteur. Zijn moeder Jackie Sardou was zangeres en actrice.

Sardou werd wereldberoemd door zijn liedjes. Zijn teksten zijn soms zeer politiek geëngageerd, maar hij schrijft ook chansons over het leven en de liefde. Zijn grootste hit in België en Nederland was "Les lacs du Connemara", maar hij schreef ruim vijfhonderd chansons.

Zijn zangcarrière begon in 1967. In 1970 kwam de grote doorbraak in Frankrijk met de hits "Les bals populaires" en "Le rire du sergent". Een belangrijke factor voor het succes was componist Jacques Revaux, met wie hij tot in de jaren 90 zou samenwerken. Het succes werd nog groter in 1973 met de single "La maladie d'amour". In 1975 verwierf hij nationale heldenstatus met zijn chanson "Le France", een protestsong over de verkoop van het toen grootste Franse cruiseschip. Maar in 1976 veroorzaakte Sardou een nationale rel met het nummer "Je suis pour", waarin hij zich voor de doodstraf uitsprak. Sardou moest zelfs enige tijd onderduiken. In de jaren daarna werden zijn teksten milder.

63b%20Michel%20Sardou

In 1977 bracht hij "Comme d'habitude" uit, een nummer van Claude François dat Frank Sinatra uitbracht als "My Way". Eind jaren zeventig leek Sardou's muzikale output wat bloedarmer te worden, tot hij in 1981 verrassend terugkwam met Les lacs du Connemara, een album met vier top-10 hits in Frankrijk. In de jaren die volgden was het succes minder groot, maar elk album kende zeker één grote Franse hit .

In 1990 won Sardou de prijs voor beste plaat met Le privilège, waarin ook de teksten weer wat scherper werden. Na dat album werd zijn productiviteit minder, met een nieuw album eens in de twee à drie jaar. In 2004 brak zijn cd (getiteld Du plaisir) verkooprecords in Frankrijk. Sardou is niet alleen zanger, hij is ook acteur. In 2001 kocht hij samen met Jean-Claude Camus, de man die zijn concerten produceert, het Théatre de la porte St-Martin in Parijs. Sardou is directeur en eigenaar. Zelf acteerde hij ook in zijn eigen theater. Sardou heeft als acteur meegespeeld in de bioscoopfilm Cross, een politie/actiefilm uit 1986. 

Mireille Mathieu (Avignon, 22 juli 1946) is een Franse zangeres. Zij werd door de Fransen ontdekt op 21 november 1965, naar aanleiding van de Franse tv-uitzending "Télé-Dimanche" waar zij in de zangwedstrijd "Le Jeu de la Chance" het liedje "Jezebel" van Édith Piaf interpreteerde. Ze won de wedstrijd en werd meteen heel populair in Frankrijk en in het buitenland.

In de jaren 1960 was het heel gewoon dat deelnemers aan zangwedstrijden liedjes uit het repertoire van Piaf interpreteerden. Edith Piaf, overleden in 1963, bleef sterk aanwezig in het hart van de Fransen. Daarom zochten ze een "vervangster" die de traditie van de "chanson réaliste" zou overnemen.

Johnny Stark, de man die voor de carrière zorgde van zangers als Yves Montand, Luis Mariano, Tino Rossi, Line Renaud, Michel Delpech , Johnny Hallyday, Sylvie Vartan en Hugues Aufray, nam Mireille Mathieu volledig onder zijn hoede. Hij was ervan overtuigd dat de jonge Avignonnaise de hoogste toppen van de music-hall kon bereiken, indien zij er voldoende wilskracht voor had. De zanger en acteur Maurice Chevalier gaf hem hierin volledig gelijk en nam haar ook onder zijn vleugels.

Hard werken, discipline en wilskracht waren de wachtwoorden van Johnny Stark, de veeleisende "cow-boy", die 25 jaar lang, ononderbroken, de carrière van Mireille van dichtbij volgde tot zijn plotse overlijden in 1989.

43%20Mireille%20Mathieu 

"La demoiselle d'Avignon", zoals haar bijnaam luidt, vierde in november 2005 haar 40-jarige zangcarrière in de Olympia, waar zij op 24 november een "ruby record" ontving voor de verkoop van 122 miljoen albums in de hele wereld sinds haar debuut.

2005 is het jaar van een geslaagde comeback in Frankrijk. Mireille Mathieu kwam steeds meer op de Franse zenders (televisie en radio) en kreeg weer aandacht in de Franse pers. Mireille bevestigde ook haar succes op internationaal niveau. In oktober 2014, vierde de zangeres haar 50-jarig zangjubileum in het Olympia theater (Parijs).

In 2016 werd ze benoemd tot ambassadeur van de Russische taal. Op 4 december 2016 ontving ze in Parijs een ere-diploma. Professor Margarita Roussetskaïa, rector van "L'Institut d'État de la langue russe Pouchkine" uitte bij die gelegenheid haar dankbaarheid aan de zangeres omdat ze de Fransen Russische nummers heeft doen ontdekken, evenals nieuwe pagina's van de Russische cultuur.

Mortimer Shuman of Mort Shuman (New York, 12 november 1936 – Londen, 3 november 1991) was een Amerikaans componist, tekstschrijver en zanger.

Shumans familie was afkomstig uit Polen. Samen met Doc Pomus, die de teksten leverde, schreef hij een aantal wereldhits voor onder meer Elvis Presley (Surrender; Kiss me quick; Viva Las Vegas...) en The Drifters (Save the last dance for me; Sweets for my sweet).

56%20Mort%20Shuman

Shuman vestigde zich daarna in Europa; eerst in Londen. Hij werd bevriend met Jacques Brel, vertaalde Brels chansons in het Engels, en schreef ook een musical over hem: "Jacques Brel is alive and well and living in Paris", waarin Shuman zelf de hoofdrol zong. Dankzij zijn succes in Frankrijk ging hij in 1970 in Parijs wonen en schreef en zong van dan af ook liedjes in het Frans; zijn grootste Franse succes is wellicht Le lac majeur.

Shuman overleed in 1991 aan de gevolgen van een leveroperatie.

Nino Agostino Arturo Maria Ferrari, bekend als Nino Ferrer (1934-1998), was een Italiaans-Franse zanger en songwriter. Nino Ferrer werd geboren op 15 augustus 1934 in Genua, Italië, maar woonde de eerste jaren van zijn leven in Nieuw-Caledonië (een overzees gebied van Frankrijk in de zuidwestelijke Stille Oceaan), waar zijn vader, een ingenieur, aan het werk was. Het godsdienstige onderwijs van de jezuïeten, eerst in Genua en later in Parijs, liet een levenslange afkeer van de kerk achter. Vanaf 1947 studeerde de jonge Nino etnologie en archeologie aan de Sorbonne-universiteit in Parijs, ook had hij interesse in muziek en schilderkunst.

Na het voltooien van zijn studie, begon Ferrer de wereld rondreizen met werken op een vrachtschip. Toen hij terugkeerde naar Frankrijk, verdiepte hij zich in muziek. Een passie voor jazz en blues leidde ertoe dat hij de muziek van James Brown, Otis Redding en Ray Charles aanbad. In 1963 nam Nino Ferrer zijn eigen eerste album op, de single "Pour oublier qu'on s'est aimé" had als B-kant "C'est irréparable", dat voor de Italiaanse superster Mina werd vertaald als "Un anno d'amore" en een grote hit werd in 1965.

Zijn eerste solosucces kwam in 1965 met het nummer "Mirza". gevolgd door andere hits, zoals "Cornichons" en "Oh! hé! hein! bon" hiermee kreeg Ferrer de status van een komische zanger. De stereotypering en zijn uiteindelijke enorme succes zorgden ervoor dat hij zich "opgesloten" voelde en niet in staat was te ontsnappen aan de constante eisen van zijn publiek om de hits te horen die hij zelf verachtte. Hij begon met het leiden van een leven van "Wein, Weib und Gesang" terwijl hij eindeloze provocerende uitvoeringen gaf in theaters, op televisie en op tournee.

 X5%20Nino%20Ferrer

Ferrer rebelleerde tegen de "opzichtige frivoliteit" van de Franse showbusiness, gevuld met wat hij zag als "cynische technocraten en hebzuchtige uitbuiters van talent" (hij had overwogen om de showbusiness helemaal te verlaten in 1967 toen hij Frankrijk verliet voor Italië). In zijn minder bekende nummers, die het publiek grotendeels negeerde, bespotte hij de absurditeiten van het leven. Hij was het eens met Serge Gainsbourg en Claude Nougaro dat liedjes een "kleinkunst" en "gewoon achtergrondruis" zijn.

Ferrer was decennialang populair vanwege zijn ongepolijste stemgeluid, nostalgische teksten en woordspelingen. 'Le Sud', 'Mirza', 'Les Cornichons' en 'Le Telefon' waren enkele van zijn hits. In een later stadium stapte hij over op schilderen. Twee dagen voor 64 jaar zou worden schoot hij zich met een jachtgeweer door het hoofd. Ferrer was een gekweld persoon die zijn hele leven over en weer werd geslingerd tussen zijn artistieke integriteit en het feit dat het geld enkel maar binnenstroomde met luchtige liedjes, waar hijzelf op neerkeek.

Patrick Bruel (Tlemcen (Algerije), 14 mei 1959) is een Frans zanger en acteur van Joodse komaf. Zijn ouders waren joodse Berbers, uit Tlemcen. Zijn vader verdween toen Patrick drie jaar oud was. Samen met zijn moeder ging hij naar Argenteuil, een voorstad van Parijs. Zijn grote passie was voetbal en in die tijd was zijn grote voorbeeld Johan Cruijff. Zijn moeder overtuigde hem dat hij toch een goede achtergrond nodig had en hij haalde zijn DEUG (Diplôme d'études universitaires générales, afgekort DEUG, een Frans nationaal diploma) in Engels.

In 1978 werkte hij als G.O. (Gentil Organisateur) bij Club Med en hij organiseerde er talentenjachten en deed er zelf ook aan mee. Hij werd gehoord door iemand van Barclay, die hem een singletje liet maken: Vide en op de achterkant Jusqu'au bout. Het werd geen doorbraak. In 1979 speelde hij zijn eerste filmrol in Le coup de Sirocco van regisseur Alexandre Arcady.

Om een beetje op adem te komen en om te beslissen wat hij uiteindelijk wilde doen, vertrok hij naar New York. In eerste instantie om zijn toenmalige vriendin na te reizen, maar de twee geplande weken werden uiteindelijk twee jaar. Hij leerde tevens Gérard Presgurvic kennen, met wie hij het nummer Marre de cette nana-là schreef.

108%20Patrick%20Bruel 

Terug in Frankrijk kreeg hij verschillende filmrollen aangeboden en hij richtte zich meer op het schrijven van teksten. In 1987 stond hij in Olympia op de planken voor een aantal concerten. Hoewel ze goed bezocht werden, was het nog steeds geen doorbraak. Die doorbraak kwam met het album Alors regarde. Daarop staan nummers als Place des grands hommes en het later nogmaals uitgebrachte Casser la voix, dat ver buiten de grenzen van Frankrijk bekend werd. De tour na het album Alors regarde was een succes. Hij slaagde er in om als Franse artiest een aantal keer Ahoy te vullen, waarvan twee keer volledig uitverkocht.

In Frankrijk werd in het begin van de jaren negentig gesproken over de "generatie Bruel". Hij werd er om geprezen dat hij jong genoeg was om de jongeren aan te spreken en oud genoeg om met de volwassenen mee te praten. Bovenal leek hij een meisjesidool te zijn en op vele posters in menige tienerkamer sierde hij de muur. Tijdens zijn concerten vallen veel meisjes flauw, wat te zien is op de registratie van de tour 1990-1991. Later trad Bruel nog op in het Palais Omnisports de Paris-Bercy en kwam hij nog een paar keer naar Nederland. 

Serge Gainsbourg, artiestennaam van Lucien Ginsburg (Parijs, 2 april 1928 - aldaar, 2 maart 1991) was een Frans dichter, zanger, componist, acteur en regisseur. Hij werd geboren als Lucien Ginsburg in Parijs als de zoon van Joods-Oekraïense ouders van Charkov (Oekraïne), die hun geboorteland waren ontvlucht na de Russische Revolutie. Zijn vader was een pianist, die ook aan schilderkunst deed, zijn moeder een mezzosopraan. Hij bracht zijn jeugd door in Parijs, waar zijn vader piano speelde in een bar en zijn moeder les gaf aan een conservatorium. De Ginsburgs kregen in 1932 de Franse nationaliteit, die hen tijdens de Tweede Wereldoorlog tijdelijk ontnomen werd door het Vichy-regime. Onder de Duitse bezetting moesten ze de davidster dragen in Parijs en doken ze onder om aan deportatie te ontsnappen.

Gainsbourg heeft programma van het middelbaar onderwijs niet volledig doorlopen, maar volgde lessen schilderskunst, onder meer bij Fernand Léger, in de vergeefse hoop een groot schilder te worden. Tijdens zijn militaire dienst werd hij regelmatig gestraft wegens gebrek aan discipline en raakte hij gewend aan zwaar alcoholgebruik. Tot zijn twintigste kwam hij aan de kost door allerlei beroepen. Uiteindelijk kreeg hij een zeker succes als crooner in casino's en nachtclubs.

46%20Serge%20Gainsbourg

In 1967 had hij een verhouding van enkele maanden met Brigitte Bardot. In 1968 leerde hij de Engelse actrice Jane Birkin kennen toen ze samen in een film optraden. Van haar had hij in 1971 zijn dochter Charlotte Gainsbourg. Ze gingen in 1980 uit elkaar. Het jaar daarop ging Gainsbourg samenwonen met de 21 jaar jongere mannequin Bambou (Caroline Paulus). Hij was getrouwd met haar van 1981 tot zijn dood, in 1986 kregen ze een zoon: Lucien of Lulu Gainsbourg. In 1986 begon hij ook een discrete verhouding met een zestienjarige bewonderaarster en tegelijk een 'vriendschappelijke' relatie met een twaalfjarig meisje. Beide relaties duurden tot aan zijn dood en werden een tijd later door de betrokkenen bekendgemaakt.

Gainsbourg overleed op 2 maart 1991 aan een hartaanval en werd begraven op het kerkhof van Montparnasse te Parijs, alwaar hij werd bijgezet in het graf van zijn ouders. Zijn huis op het beroemde adres 5bis Rue de Verneuil is nog steeds volledig bedekt met graffiti en gedichten.

Serge Lama (Bordeaux, 11 februari 1943) is een Franse zanger en liedjesschrijver. Zijn echte naam is Serge Chauvier.

In 1968 had hij zijn eerste grote hit met D'aventure en aventure. In 1974 had hij zijn grootste succes met Je suis malade dat op 1 kwam in de hitparade, en ook de versie van Dalida was een groot succes.

In 1971 nam hij deel aan het Eurovisiesongfestival met het lied Un jardin sur la terre, hij werd slechts 10e wat voor Frankrijk een pover resultaat was in die tijd.

 64c%20Serge%20Lama 

Hij schreef liedjes voor onder andere Mireille Mathieu, Gilbert Bécaud en Melina Mercouri.

Verdere hits waren Les ports de l'Atlantique, nummer 1-hit Mourir en France (1976), Le dernier baiser (1977), Femme, femme, femme (1978) en Napoleon (1982). Hij brengt vooral albums uit en die verkopen nog steeds goed.

Sheila, geboren als Annie Chancel, (Créteil, 16 augustus 1945) verkocht meer dan 85 miljoen platen. Volgens het boek 40 ans de tubes 1960-2000 is ze in Frankrijk de zangeres met het meeste gouden platen (39 in Frankrijk en 89 in de wereld). In Frankrijk wordt ze enkel overtroffen door Johnny Hallyday, die 40 gouden platen heeft. Ze heeft ook 42 platina platen en 14 zilveren platen. Ze zingt voornamelijk in het Frans, maar in haar discoperiode heeft ze ook enkele nummers in het Engels opgenomen en zelfs in het Duits, Italiaans en Spaans. Sheila is nog steeds actief, maar het hoogtepunt van haar carrière situeert zich tussen 1963 en 1984.

Ze begon als zangeres in een bandje en werd in 1962 voor het eerst opgemerkt. Op 13 november 1962 werd haar eerste 45-toerenplaat uitgebracht, die de naam Sheila droeg, haar nieuwe artiestennaam. De plaat ging 80.000 keer over de toonbank, maar kreeg wel zware concurrentie van Lucky Blondo, die hetzelfde liedje op de markt bracht. Haar eerste echte succes volgde in 1963 toen L'école est fini 800.000 exemplaren verkocht en zes weken nummer 1 stond in de Franse hitparade. Haar eerste album werd in 1963 ook het best verkopende album en zo troefde ze onder andere Sylvie Vartan en Françoise Hardy af. In 1965 scoorde ze Toujours des beaux jours, C'est toi que j'aime en Le Folklore Américain opnieuw drie nummer-1 hits, al bleven ze niet lang op één staan. In 1966 verbleef Le Cinéma wel zes weken bovenaan de hitparade en had ze ook een hit met Bang Bang, een cover van het wereldbekende liedje van Cher. Een jaar later stond Adios Amor zelfs acht weken bovenaan.

X83%20Sheila

Haar volgende grote succes is Les rois mages, dat vier weken op één kampeert en 908.000 keer verkocht werd. Met haar Spaanse versie Los Reyes Magos scoort ze ook een hit in Mexico, Argentinië en Spanje. In 1973 trouwt ze met de zanger Ringo. Claude François, waar ze al sinds 1963 mee bevriend was. Samen met Ringo neemt ze een duet op Les Gondoles à Venise dat vier weken op één staat in de hitparade. In 1975 bevalt ze van een zoon, Ludovic (1975-2017). Het huwelijk eindigt in 1979. In de jaren tachtig en negentig heeft ze nog diverse hits (in diverse talen) en heeft ze succes in o.a. Australië, de Verenigde Staten, Finland en Engeland.

In de jaren negentig legt ze zich toe op beeldhouwen en ze schrijft enkele boeken. Sheila blijft de volgende jaren toeren en in de media verschijnen. In 2012 viert ze met Ce soir, c'est notre anniversaire haar vijftigjarig jubileum in de Olympia.

Yves Duteil (Neuilly-sur-Seine, 24 juli 1949) is een Frans acteur, componist en zanger. Hij was tevens burgemeester van Précy-sur-Marne in het departement Seine-et-Marne van 1989 tot 2014 en zet zich in voor het behoud van de Franse taal, kinderrechten, vrede en het milieu.

Al tijdens zijn kindertijd toonde Duteil interesse voor muziek: hij liep school aan het lycée Balzac waar hij orgel speelde in het schoolorkest. In 1967 haalden zijn ouders hem van school om hem privélessen te geven.

In 1968 begon Duteil aan zijn hogere studies economische wetenschappen. Hij kwam niet verder dan het eerste jaar, ging vervolgens maar aan de slag als G.O. (gentil organisateur) bij Club Med, en begon te studeren aan het Petit Conservatoire de Mireille waar ook Françoise Hardy en Michel Delpech werden ontdekt.

90b%20Yves%20Duteil

In 1972 nam hij zijn eerste single op. Virages werd meteen een succes en andere singles volgen snel. In 1974 kwam L’écritoire uit, het eerste album van Duteil. De verkoop was miniem maar voor Quand on est triste kreeg de zanger wel de publieksprijs en de prijs voor het beste lied op het festival van Spa. Zijn tweede album J'attends deed het aanzienlijk beter en in 1976 speelde hij voor het eerst in de legendarische concertzaal l’Olympia.

Van het album Tarentelle uit 1977 gingen 1,2 miljoen exemplaren de deur uit, goed voor een diamanten plaat. Duteil had intussen een flinke reputatie uitgebouwd als live artiest en in 1978 kon hij uitpakken met Yves Duteil en public, zijn eerste live album.

In 1979 verscheen zijn vierde album J’ai la guitare qui me démange. De SACEM (Société des Auteurs, Compositeurs et Editeurs de Musique) riep hem uit tot best verkochte artiest van de periode 1970-1979. De single Prendre un enfant werd door de luisteraars van RTL uitgeroepen tot één van de tien mooiste liedjes van het decennium.

Yves Montandgeboren als Ivo Livi, (Monsummano Terme, 13 oktober 1921 – Senlis, 9 november 1991) was een Frans acteur en zanger van Italiaanse komaf.

Montand werd geboren nabij Florence. Zijn vader was Giovanni Livi, later actief lid van de Communistische Partij. Montand was zelf ook een sympathisant van deze partij. Met zijn ouders, die op de vlucht waren voor het fascistische regime van Mussolini, vertrok hij op jonge leeftijd naar Frankrijk. Hij bracht zijn jeugd door in Marseille, waar hij later ging werken, onder andere als kapper in de kapsalon van zijn oudere zus, als havenarbeider en als nachtclubzanger. Tijdens deze optredens nam hij de naam "Yves Montand" aan. Hij bedacht deze naam door te denken aan wat zijn moeder vroeger naar hem riep als ze gingen eten: "Ivo, monta!" (Ivo, kom boven!)

Vanaf 1938 oogstte hij al enig succes in het variététheater, in Marseille, Narbonne, Toulouse ... In 1939 trad hij met een eigen repertoire op in L'Alcazar, een beroemde voormalige theaterzaal in Marseille, en had hij zijn eerste echt succeslied Dans les plaines du Far-West. Verdere plannen om naar Parijs te trekken en nationaal door te breken werden verijdeld door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Pas in 1944 kreeg hij de gelegenheid in Parijs te zingen in diverse music-hallzalen. In de Moulin Rouge mocht hij het voorprogramma van Édith Piaf verzorgen. De beroemde Franse zangeres nam hem onder haar hoede en lanceerde zijn carrière. Ze kregen een relatie die door Piaf stopgezet werd in 1946. Ondertussen maakte Montand zijn eerste plaatopnames voor Odeon Records. Een van zijn belangrijkste opnames was Yves Montand chante Jacques Prévert (1962).

4%20Yves%20Montand

In de filmwereld debuteerde hij in Etoile sans Lumière (Marcel Blistène, 1946) waar hij samenspeelde met Piaf. Datzelfde jaar werd hij al bij een ruimer publiek bekend dankzij onder meer het poëtisch drama Les Portes de la nuit (1946) van de tandem Marcel Carné-Jacques Prévert. Het door Montand in die film gezongen liedje Les feuilles mortes werd een groot succes. Internationale roem kwam met de hoofdrol in de film Le Salaire de la peur (1953) van Henri-Georges Clouzot.

Montand stierf in 1991 op 70-jarige leeftijd aan een hartaanval. Hij had een relatie met Marilyn Monroe in het begin van de jaren zestig. Hij was twee keer getrouwd, met Simone Signoret van 1951 tot 1985 en met zijn assistente Carole Amiel van 1987 tot zijn dood. Met Carole heeft hij één zoon, Valentin Montand, geboren in 1988.