164. Sarah (1967) - Serge Reggiani

 Serge Reggiani (Reggio Emilia, 2 mei 1922 – Boulogne-Billancourt, 23 juli 2004) was een in Italië geboren Franse zanger en acteur. Hij verliet Italië op achtjarige leeftijd met zijn ouders. De familie verhuisde naar Normandië. Nadat hij de toneelschool (Conservatoire des Arts Cinématographiques) in Parijs had gevolgd begon hij zijn toneelcarrière in 1941. Hij werd ontdekt door Jean Cocteau en verscheen in de in oorlogstijd gemaakte productie Les Parents Terribles. Tijdens de Tweede Wereldoorlog verliet hij Parijs om zich bij het Franse verzet aan te sluiten.

Hoewel hij als acteur misschien niet de allerhoogste top bereikte, vierde hij lang (tussen 1959 en 1965) triomfen in het theater met zijn vertolking in Jean-Paul Sartre’s toneelstuk Les Séquestrés d'Altona.

Omstreeks 1964 begon hij, met de hulp van Simone Signoret en haar echtgenoot Yves Montand, daarnaast ook een carrière als zanger. Op het einde van 1964 bracht hij zijn debuutalbum, Serge Reggiani Chante Boris Vian uit, met daarop onder meer het antimilitaristische lied Le Déserteur. De Franse diva Barbara was in de wolken met zijn interpretatie van het werk van Boris Vian en nam hem mee op tournee. In de loop der jaren zouden nog een twintigtal studio-albums volgen. Les Loups Sont Entrés Dans Paris ("De Wolven zijn Parijs binnengevallen"), Ma Liberté en Sarah (of La femme qui est dans mon lit) ("De Vrouw in mijn Bed") worden tot zijn sterkste chansons gerekend. De twee laatste nummers werden geschreven door Georges Moustaki. In 1977 bracht hij het nummer Ma Derniere Volonte uit. De Nederlandse vertaling hiervan, onder de titel Laat me, werd een zoveelste succes voor de Nederlandse chansonnier Ramses Shaffy.

93%20Serge%20Reggiani

Reggiani werd één van de meest gevierde vertolkers van het Franse chanson en hoewel hij al begin veertig was, maakte zijn ruige imago hem populair bij zowel jongere als oudere luisteraars. De jeugd kon zich sterk identificeren met zijn politiek linkse opvattingen en anti-militarisme, dat met name tot uiting kwam tijdens de Franse studentenrevoltes in 1968. Met het klimmen van de jaren werd hij meer en meer erkend als een van de beste vertolkers van het Franse chanson die de poëzie van Arthur Rimbaud, Charles Baudelaire, Guillaume Apollinaire en Jacques Prévert dichter bij het publiek bracht.

Hij kreeg twee kinderen, Stephan (1946) en Carine (1951). Beide kinderen bouwden later ook allebei een zangcarrière uit, waarbij Stephan het moeilijk vond om altijd in de schaduw van zijn vader te staan, wat waarschijnlijk de aanleiding geweest is voor zijn tragische zelfmoord in 1980. Reggiani leed door dit gebeuren aan ernstige depressies en raakte verslaafd aan alcohol, een probleem waar hij de rest van zijn leven mee zou blijven worstelen.

Hij overleed in Paris op 82-jarige leeftijd aan de gevolgen van een hartaanval, een dag na de dood van een andere bekende Franse chansonnier, Sacha Distel. Hij ligt begraven op de Cimetière du Montparnasse.

MUZIEKNOOTSarah zoals opgenomen door Serge Reggiani wordt voorafgegaan door een gesproken inleiding ontleend aan een tekst van Charles Baudelaire. Sarah, soms aangeduid in de eerste coupletten met "La femme qui est dans mon lit ...", (de vrouw die in mijn bed is)is geschreven en gecomponeerd door Georges Moustaki. Georges Moustaki was geïnspireerd door zijn affaire met Edith Piaf, die achttien jaar ouder was dan Moustaki, tussen 1 februari 1958 en 1 februari 1959. De relatie liep uiteindelijk op niets uit; het leven met Piaf was te zwaar voor Moustaki. De zangeres was toen immers al ziek. Ondanks de relatiebreuk bleef Moustaki echter zwak houden voor de ‘straatmus’ van Parijs. Hij kon het dan ook niet verdragen dat er tegen het einde van haar leven zo over Piaf geroddeld werd. Dit liet hij doorklinken in de zinnen die Serge Reggiani zingt over een vrouw die allang geen twintig meer is: ‘Lach haar niet uit, behoed haar voor sarcasme’.

La femme qui est dans mon lit n’a plus vingt ans depuis longtemps
Ne riez pas, n’y touchez pas, gardez vos larmes et vos sarcasmes
Lorsque la nuit nous réunit, son corps, ses mains s’offrent aux miens
Et c’est son cœur couvert de pleurs et de blessures qui me rassure

Volgens één van zijn biografen was de tekst, die de naam van zijn moeder draagt, op bestelling geschreven voor Serge Reggiani die op zijn beurt een hulde wilde brengen aan zijn geliefde Barbara, ter ere van haar volwassen schoonheid.

Het slot van Baudelaires gedicht Sarah is door Serge Reggiani onsterfelijk gemaakt. Baudelaire schreef het in zijn jeugd als een ode aan de joodse prostituee met wie hij een affaire had gehad. Ontluisterd is ze in haar morele en fysieke verval, en juist daardoor wordt de in één adem uitgesproken liefdesverklaring bijna keeldichtknijpend mooi.

Reggiani leest de slotstrofen met de aarzeling van een biecht die van woord tot woord ongemerkt groeit in oprechtheid, kracht en trots. Steeds langzamer komen de woorden en daalt de stem. Na zo'n einde lijkt alles gezegd en heeft de stem die het zei het grootste gelijk en gewicht. Voor Baudelaire was dat misschien een tikje te gemakkelijk. In werkelijkheid gaat zijn gedicht nog twee verzen door, terwijl Reggiani het lied al inzet waartoe het de opmaat vormt: "La femme qui est dans mon lit/ n'a plus vingt ans depuis longtemps."

Enkele jaren nadat Reggiani Sarah uitbracht, vroeg Moustaki toestemming om het nummer ook zelf te mogen zingen. Hij brengt een al even integere versie van Sarah.

Tekst: Sarah

Si vous la rencontrez bizarrement parée
Traînant dans le ruisseau un talon déchaussé
Et la tête et l'oeil bas comme un pigeon blessé
Monsieur, ne crachez pas de juron ni d'ordure
Au visage fardé de cette pauvre impure
Que déesse famine a par un soir d'hiver
Contraint à relever ses jupons en plein air
Cette bohème-là, c'est mon bien, ma richesse
Ma perle, mon bijou, ma reine, ma duchesse...
(Charles Baudelaire)

La femme qui est dans mon lit
N'a plus vingt ans depuis longtemps
Les yeux cernés
Par les années
Par les amours
Au jour le jour
La bouche usée
Par les baisers
Trop souvent, mais...
Trop mal donnés
Le teint blafard
Malgré le fard
Plus pâle qu'une
Tâche de lune.

La femme qui est dans mon lit
N'a plus vingt ans depuis longtemps
Les seins si lourds
De trop d'amour
Ne portent pas
Le nom d'appâts
Le corps lassé
Trop caressé
Trop souvent, mais...
Trop mal aimé
Le dos voûté
Semble porter
Des souvenirs
Qu'elle a dû fuir.

La femme qui est dans mon lit
N'a plus vingt ans depuis longtemps
Ne riez pas
N'y touchez pas
Gardez vos larmes
Et vos sarcasmes
Lorsque la nuit
Nous réunit
Son corps, ses mains
S'offrent aux miens
Et c'est son coeur
Couvert de pleurs
Et de blessures...
Qui me rassure!

 

X80%20Sarah

Tekst: Sarah - Nederlandse vertaling

Wie kan en wil ons helpen aan de Nederlandse vertaling van Sarah

 

 

 

{{ message }}

{{ 'Comments are closed.' | trans }}