23. Bruxelles (1962) - Jacques Brel

 Jacques Romain Georges Brel (Schaarbeek, 8 april 1929 – Bobigny (Parijs), 9 oktober 1978) was een Belgische zanger, componist en tekstschrijver die in de vroege jaren zestig uitgroeide tot een internationale beroemdheid. Na zijn afscheid van het podium in 1967 was hij enige tijd actief als filmacteur en -regisseur. Tijdens het belangrijkste deel van zijn carrière werkte hij intensief samen met de componisten François Rauber en Gérard Jouannest.

Vanwege zijn kritische, vaak spottende, teksten over de Vlaamse Beweging en het leven onder de vleugels van de Rooms-Katholieke Kerk was Brel vooral onder Vlamingen omstreden. Hij schreef echter diverse lofzangen op het Vlaamse land en het vrouwelijk deel van zijn bewoners. Met zijn liedjesteksten zorgde Brel regelmatig voor opschudding, o.m. met Les bourgeois en Les Flamandes. In 1966 haalt La...La...La..., waarin Brel de pastoors en de flaminganten hekelt en een republikeins België voorstaat, zelfs de parlementaire debatten.

10%20Jacques%20Brel

Vele artiesten hebben Brel-chansons uitgevoerd of opgenomen: Will Ferdy, Liesbeth List, Johan Verminnen, Herman van Veen, Jeroen Willems en Patrick Riguelle. In het Engelse taalgebied zorgden met name vertaler Rod McKuen en de zangers Scott Walker, Terry Jacks en David Bowie voor Brels bekendheid. Van If you go away (de Engelse bewerking van Ne me quitte pas) bestaan talloze versies, waarvan die van Shirley Bassey, Dusty Springfield, Neil Diamond en Frank Sinatra waarschijnlijk de bekendste zijn.

Een snel verslechterende gezondheidstoestand dwong hem de laatste drie maanden van zijn leven in Frankrijk door te brengen. Op 9 oktober 1978 overleed hij aan een longembolie in het Avicennaziekenhuis in Bobigny nabij Parijs. Hij werd begraven op het kerkhof van Atuona in Hiva Oa, niet ver van het graf van Paul Gauguin.

MUZIEKNOOT Bruxelles is een lied van Jacques Brel uit 1962, over het Brussel ten tijde van het zogeheten belle époque. Het lied is geschreven in de Franse taal. Het lied maakt onderdeel uit van het album Les Bourgeois (De burgerij) waarin stevige kritiek op het hedonisme, de oppervlakkigheid en de onverschilligheid van deze maatschappelijke klasse wordt geleverd.

Het lied is grotendeels vrolijk en zorgeloos van toon, terwijl de dreiging van de Eerste Wereldoorlog steeds heftiger wordt, maar: Il pensait pas, elle pensait rien. Aan het eind wordt de oorlog even expliciet genoemd: Il attendait la guerre / Elle attendait mon père. Il is hier de grootvader van de zanger, elle zijn grootmoeder.

Het "bruisende" karakter van het Brussel van die tijd wordt sprekend weergegeven door het zelfverzonnen werkwoord bruxeller: C'était au temps où Bruxelles bruxellait (Het was de tijd dat Brussel brusselde). Opmerkelijk is verder dat er in het lied sprake is van een Place Sainte-Justine, terwijl een plein met een dergelijke naam in Brussel niet te vinden is, hoewel veel toeristen er de weg naar schijnen te vragen.

Op het einde van dit humoristische lied gooit de Belgische chansonnier, na een opzwepende onomatopee die het tempo opvoert, de luisteraar de waarheid in het gezicht met twee niet te verstane verzen; "'Il attendait la guerre. Elle attendait mon père". Zij was in verwachting van Brels vader. Nadien gaat het lied nog heel even krachtig door, maar al snel laat Brel het tempo zakken tot Bruxelles plots uitdooft in het amechtige gehinnik van een stervend paard. 

Het lied werd in 1970 door Liesbeth List in het Nederlands gecoverd als Brussel was toen nog een bruisende stad.

Tekst: Bruxelles

C'était au temps où Bruxelles rêvait
C'était au temps du cinéma muet
C'était au temps où Bruxelles chantait
C'était au temps où Bruxelles bruxellait

Place de Broukère on voyait des vitrines
Avec des hommes des femmes en crinoline
Place de Broukère on voyait l'omnibus
Avec des femmes des messieurs en gibus
Et sur l'impériale
Le cœur dans les étoiles
Il y avait mon grand-père
Il y avait ma grand-mère
Il était militaire
Elle était fonctionnaire
Il pensait pas elle pensait rien
Et on voudrait que je sois malin

Sur les pavés de la place Sainte-Catherine
Dansaient les hommes les femmes en crinoline
Sur les pavés dansaient les omnibus
Avec des femmes des messieurs en gibus
Et sur l'impériale
Le cœur dans les étoiles
Il y avait mon grand-père
Il y avait ma grand-mère
Il avait su y faire
Elle l'avait laissé faire
Ils l'avaient donc fait tous les deux
Et on voudrait que je sois sérieux

Sous les lampions de la place Sainte-Justine
Chantaient les hommes les femmes en crinoline
Sous les lampions dansaient les omnibus
Avec des femmes des messieurs en gibus
Et sur l'impériale
Le cœur dans les étoiles
Il y avait mon grand-père
Il y avait ma grand-mère
Il attendait la guerre
Elle attendait mon père
Ils étaient gais comme le canal
Et on voudrait que j'aie le moral

17%20Bruxelles

Tekst: Bruxelles - Nederlandse tekst. Uitvoering: Liesbeth List

Brussel was toen nog een dromende stad
Brussel was toen nog de stad die het had
Brussel was toen nog een bruisende stad
Brussel was toen nog de stad met een hart

De Brouckèreplaats alle winkels verlicht
Waar dames en heren zich lieten fêteren
De Brouckèreplaats stopte de omnibus
met prachtige vrouwen en dure meneren
Je zag ze al van verre
Het hoofd tussen de sterren
Daar stapte mijn opa
Met aan zijn arm mijn oma!
Hij was een luitenantje
Zij was een vrolijk standje
zij wist van niks, hij maar één ding
Vandaar dat ik nu vrolijk zing

Brussel was toen nog een dromende stad
Brussel was toen nog de stad die het had
Brussel was toen nog een bruisende stad
Brussel was toen nog de stad met een hart

Op de kasseien voor’t grote paleis
dansten de vrouwen zoals in Parijs
dansten de mannen met knevel en rok
Terwijl heel de wereld aan hen voorbijtrok
Je zag ze al van verre
Het hart al in de sterren
Daar stond dan mijn opa
Tegen hem aan mijn oma!
Hij heeft het snel gedaan
Zij kon zelfs blijven staan
Het ging van hop, het ging heel snel
Wat daarvan kwam dat weet u wel

Brussel was toen nog een dromende stad
Brussel was toen nog de stad die het had
Brussel was toen nog een bruisende stad
Brussel was toen nog de stad met een hart

’s Avonds laat in de jardin botanique
Ruisten de rokken van ‘t dure publiek
’s Avonds heel laat leegden mannen hun glas
En niemand die wist dat het toen al zo laat was

Je zag ze al van verre
Zijn uniform vol sterren
Daar stond dan mijn opa
Met aan zijn arm mijn oma!
De oorlog kwam al nader
in haar buik zat mijn vader
en zo ging dat toen allemaal
En denk niet dat ik er om maal

Brussel was toen nog een dromende stad
Brussel was toen nog de stad die het had
Brussel was toen nog een bruisende stad
Brussel was toen nog …. Maar toen …. werd …. het…. zwart… zwart… …

 

 

 

 

 

{{ message }}

{{ 'Comments are closed.' | trans }}