10. La foule (1957) - Edith Piaf

 Édith Piaf is het pseudoniem van Édith Giovanna Gassion (Parijs, 19 december 1915 – Grasse, 10 oktober 1963), die als Franse zangeres wereldwijde bekendheid kreeg. 'Piaf' is informeel Frans voor 'mus'. Zij zong chansons, waarvan de bekendste zijn: La Vie en rose, Non, je ne regrette rien en Milord (geschreven door Georges Moustaki).

Piaf werd in Parijs geboren als dochter van een Italiaans-Berberse kroegzangeres en een Franse acrobaat. Ze werd opgevoed door haar grootmoeder, die in Normandië een bordeel uitbaatte. Haar debuut als zangeres maakte zij rond haar vijftiende jaar als straatzangeres. Toen Piaf 17 jaar was, kreeg ze een dochter (Marcelle), verwekt door Louis Dupont, een Parijse koerier op wie zij verliefd geworden was. Het kind overleed op tweejarige leeftijd aan een hersenvliesontsteking.

Tijdens de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog schreef Piaf haar befaamde lied La Vie en rose. Zij was toen zowel bij de Duitse bezetters als onder de Franse bevolking een geliefde zangeres. Na de oorlog trad ze overal in Europa op en breidde haar roem zich buiten Frankrijk uit. Haar tragische leven wordt weerspiegeld in haar muziek, met als specialiteit de met hartverscheurende stem voorgedragen scherpe ballade.

1%20Edith%20Piaf

Piaf overleed op 47-jarige leeftijd aan een inwendige bloeding in Plascassier (gemeente Grasse) op 10 oktober 1963. Haar lichaam werd per ambulance naar haar huis in Parijs overgebracht, waar het voor het publiek werd opgebaard. Haar begrafenis trok honderdduizenden belangstellenden en de plechtigheid bij de begraafplaats werd geblokkeerd door meer dan veertigduizend bewonderaars. Charles Aznavour, die de start van zijn carrière aan Piaf te danken had - ze ging met hem op reis in Frankrijk en de Verenigde Staten -, herinnerde eraan dat de begrafenis van Piaf het enige moment was na de Tweede Wereldoorlog dat het verkeer in Parijs stil lag.

Vandaag de dag wordt zij herinnerd en gerespecteerd als een van de grootste zangeressen die Frankrijk ooit heeft gehad. Haar leven had echter verschillende kanten: haar beroemdheid contrasteerde scherp met haar droevige persoonlijke leven.

MUZIEKNOOT La foule is van origine een Argentijns lied, Que nadie sepa mi sufrir (Spaans voor Laat niemand mijn lijden zien), geschreven door Ángel Cabral (muziek) en Enrique Dizeo (tekst). Het dateert uit 1936, en werd voor het eerst opgenomen door de eveneens Argentijnse zanger Hugo del Carril, pseudoniem van Pierre Bruno Hugo Fontana. Hij was meer filmster dan zanger. Het lied was in de anonimiteit gebleven als Alberto Castilla het in 1953 niet had opgenomen. Edith Piaf hoorde het tijdens haar tournee door Zuid-Amerika en liet er een Franse versie van schrijven. De tekst van Dizeo werd daarbij vervangen door een tekst van de net beginnende Michel Rivgauche (pseudoniem voor Mariano Ruiz). De titel ervan werd La foule. Zowel de Spaanse als de Franse titel bleven naast elkaar bestaan. Niet veel later werd het lied bekend onder de (weer Spaanse) titel Amor de mis amores.

De teksten van Michel Rivgauche betreffen de toevallige ontmoeting tussen de zangeres en een man in het midden van een dichte en feestelijke menigte. Het is liefde op het eerste gezicht, niet in het minst aan de kant van de zangeres, die de menigte bedankt voor het geven voor deze man. Maar net zo snel als het hen samen bracht, scheidt de menigte hen en ze ziet hem nooit meer.

Het was een Peruviaanse Wals, die in de periode tussen de jaren 1930 en 1950 een zeer populair muziekgenre was in het Spaanssprekende Amerika. Het werd door talloze artiesten gecoverd. In 1981 bestormde Julio Iglesias de Nederlandse hitparades met zijn versie van het origineel. Degene die het buiten Piaf het meest heeft gezongen is waarschijnlijk Mireille Mathieu. Zij zong een aantal albums vol met een verwijzing naar Piaf. Ook Liesbeth List en Jo Lemaire zongen La foule.

Tekst: La Foule

Je revois la ville en fête et en délire
Suffoquant sous le soleil et sous la joie
Et j'entends dans la musique les cris, les rires
Qui éclatent et rebondissent autour de moi
Et perdue parmi ces gens qui me bousculent
Étourdie, désemparée, je reste là
Quand soudain, je me retourne, il se recule
Et la foule vient me jeter entre ses bras

Emportés par la foule qui nous traîne
Nous entraîne
Écrasés l'un contre l'autre
Nous ne formons qu'un seul corps
Et le flot sans effort
Nous pousse, enchaînés l'un et l'autre
Et nous laisse tous deux
Épanouis, enivrés et heureux

Entraînés par la foule qui s'élance
Et qui danse
Une folle farandole
Nos deux mains restent soudées
Et parfois soulevés
Nos deux corps enlacés s'envolent
Et retombent tous deux
Épanouis, enivrés et heureux

Et la joie éclaboussée par son sourire
Me transperce et rejaillit au fond de moi
Mais soudain je pousse un cri parmi les rires
Quand la foule vient l'arracher d'entre mes bras

Emportés par la foule qui nous traîne
Nous entraîne
Nous éloigne l'un de l'autre
Je lutte et je me débats
Mais le son de sa voix
S'étouffe dans les rires des autres
Et je crie de douleur, de fureur et de rage
Et je pleure

Entraînée par la foule qui s'élance
Et qui danse
Une folle farandole
Je suis emportée au loin
Et je crispe mes poings, maudissant la foule qui me vole
L'homme qu'elle m'avait donné
Et que je n'ai jamais retrouvé

X8%20La%20Foule

Tekst: La Foule - Nederlandse vertaling

Wie kan en wil ons helpen aan een goede Nederlandse vertaling

 

 

 

{{ message }}

{{ 'Comments are closed.' | trans }}